Veilig betalen via

Rondreis Jeanette

2016-11-04

Dag 1: Heenreis A’dam-Cairo.

Na een lekker ontbijtje vertrekken we dan rond half 10 om rond half 12 aan te komen op Schiphol. We zoeken de incheckbalie op en concluderen dat we nog wel even tijd hebben om bij de winkeltjes langs te gaan. We besluiten om nog even een kopje koffie te drinken bij de Burger King. In de wetenschap dat de koffie in Egypte niet te drinken is, genieten we des te meer van dit bakje (dit bleek achteraf wel mee te vallen). We gaan dan naar de vertrekhal en we kunnen al inchecken. Moeder knijpt hem een beetje want ze heeft er niet veel vertrouwen in of ze wel onder de 20 kilo is gebleven. Ik zet haar koffer op de band en hij geeft 16.8 kilo aan. Netjes dus, en voor mij reden om die van mij er naast te zetten. Samen zitten we op iets van 38 kilo. Netjes gedaan dus, maar moeder had niet gezien dat beidde koffers er al op stonden. In de veronderstelling dat dit alleen haar koffer is trekt ze spierwit weg en begint langzaam pruttelend door haar hoefjes te zakken. Ik onderken de situatie en stel haar snel gerust. Er komt gelukkig snel weer wat kleur op de wangen.

Dan gaan we naar het restaurant nestelen ons met een lekkere grote kom koffie op een bankje voor het raam en kijken naar de vertrekkende vliegtuigen terwijl we het over koetjes en kalfjes hebben. Tegen de tijd dat ons vliegtuig vertrekt lopen we naar de vertrekhal en we zijn één van de eersten. Het vliegtuig is er nog niet op het moment dat we zouden moeten vertrekken. Ondertussen arriveren alle passagiers. We proberen te zoeken naar tassen waar een zelfde labeltje aan hangt als die van ons. Een half uur later dan gepland gaan we dan toch de lucht in. Niet snel daarna komt men ook al langs met het eten.

We krijgen koffie en appelsap en als warme maaltijd serveert men aardappelpuree met een soort rollade en boontjes. Op het bedienblad staat nog een bolletje/boter/smeerkaas. Een bakje rauwkost laten we uit voorzorg maar staan. Als toetje hebben we een soort schuimtaartje met nootjes. Al met al een lekker maaltje waar we even een lekker uiltje op knappen. Ne een tijdje worden we gewekt voor een sapje en een zakje pinda’s. Mijn vriendelijke lach levert me toch weer een extra zakje op. We rollen ze even door ons servetje want wat zijn die krengen zout. Dan arriveren we 4 uur later Caïro. Een immens grote stad waar 20 miljoen mensen samen leven. We gaan uit het vliegtuig en met de bus naar de aankomsthal. Daar staat ons al iemand op te wachten en hij zet bij ons een stikker in het paspoort en wijst ons door naar de douane voor het visum. We krijgen een stempel en klaar is kees. Daar maak je je in Nederland nu zo druk om. We willen bij hem betalen maar dat hoeft niet. Wij maar denken dat we mazzel hebben maar helaas.

We worden opgevangen door iemand en die int het geld voor het visum. Hij wil perse euro’s en geen dollars. Dat begint mooi. Ik kan er niet tegen praten en haal uit een verborgen hoekje mijn weinige euro’s. Achteraf hoorden we dat hij ook dollars had moeten accepteren maar ja, daar heb je dan niks meer aan. We halen de koffers op. Ik sta te wachten en een van de medewerkers haalt de koffers er af. Hij zet ze steeds vlak voor mijn voeten en ik moet steeds verder opschuiven. Intussen schuift er een Egyptenaar(tje) achter mij lang met toch een enorme KING SIZE koffer. Wat een enorm ding. Daar konden die van moeder en mij samen in zwemmen. Links en recht halen andere Egyptenaren ons in. Je kijkt je ogen uit want ze slepen allemaal dozen mee waarop stofzuigers en weet ik wat voor huishoudelijke apparaten niet allemaal in moeten zitten. Hoe zit dat met hen en die 20 kilo’s?

We melden ons met onze koffers weer. Tot mijn schrik zie ik dat mijn koffer nat is en ik vrees het ergste. Ik voel voorzicht wat in mijn koffer rond of mijn waterflesje voor de eerste dag of een blikje fris gesprongen is. Gelukkig niet, het moet van buitenaf gekomen zijn. De groep begint zich te vormen en hier en daar stellen we ons wat aan elkaar voor. Als we compleet zijn vraagt de man ons te volgen en we vertrekken naar buiten. In de aankomsthal staan allemaal Egyptenaren en het geeft even een apart gevoel om al die donkere ogen op je gericht te voelen. We lopen naar een busje en de chauffeur zet de koffers er in. De man geeft aan dat we nog op 2 mensen moeten wachten, maar ik had van die 2 gehoord dat deze dezelfde avond nog door vlogen naar Aswan omdat er geen plaats meer was in het hotel. Hij gaat dit verhaal checken en het blijkt te kloppen waarop we dan eindelijk vertrekken naar ons hotel. Het loopt onder hand al tegen 11 uur. De begeleider vertelt dat wij morgen al weer om 5 uur zullen worden gewekt omdat we dan al weer door moeten naar Aswan. Eén van de groep is de klos want die kan zijn kleren wel aan houden want die vliegt al om 5 uur. We rijden naar ons hotel. Dit is me toch een chique toko. Prachtige kroonluchters en schitterend meubilair. Onze kamers zijn ook prachtig. Een bed waar je wel met 3 volwassenen royaal in kunt liggen. We gaan lekker douchen en dan krijgen we ook echt het gevoel: we zijn op vakantie, yes!!!!!!

Dag 2: Aswandam / tempel Philea / onvoltooide obelisk

Voor de zekerheid hebben we onze eigen wekker ook maar even gezet. Vanaf kwart voor 5? scharrelen we al wat rond. Om 5 uur wekt het hotel ons, maar dan zijn we al gedoucht en hebben al één been in de broekspijp. Even een beetje allabastine buitenbeits er op en wat kleur op de lippen en dan gaan we naar beneden. We slepen onze koffer mee. Fout, helemaal fout!!! Het blijkt dat we de koffer keurig voor de deur moeten zetten en dat het personeel ze dan naar beneden brengt. Dit blijkt de hele vakantie de gewoonte te zijn. Hadden we dat geweten dan hadden we een grotere koffer mee genomen. We gaan op zoek naar de eetzaal. Dit blijkt ook al zo’n mooi vertrek. Een aantal vriendelijke jongens wacht ons op en wijzen ons een tafeltje. Terwijl de koffie wordt ingeschonken vertelt de jongen wat voor een prachtige ogen ik wel heb. Nou dat belooft wat de komende 15 dagen. We gaan “met die mooie ogen” maar eens kijken wat voor lekkers er allemaal ligt. Nou, je kunt te kust en te keur. Van pannenkoekjes tot eieren en worstjes en de hele santemekraam. En ook Yoghurt en fruit in overvloed. Op de andere tafel staan allerlei soorten brood en heel veel zoete broodjes. Broodjes met pudding of een suikerlaagje en de wereld soorten koekjes en gebak. Ja, en waar begin je dan aan om 5 uur ’s ochtends…………

Nadat we van al dat lekkers wat genomen hebben lopen we met onze koffer achter ons aan naar de hal. Er was al paniek waar die 2 van ons waren maar na het zien van onze koffers keert de rust weer. Onze man van gisteravond is er ook weer en we hebben een gezellige babbel terwijl we onderuitgezakt in de heerlijke fauteuils zitten. We moeten straks weer vliegen en ik bespreek met hem het probleem dat mijn oren altijd dicht zitten. Op de Egypte-pagina was ik getipt door iemand die vertelde dat je dan plastic bekertjes, met daarin onder in warme doeken, tegen je oren moest zetten, vlak voordat de landing inzet. Maar ja, hoe leg je dat een Egyptische steward uit zonder dat hij het idee krijgt dat we het vliegtuig willen kapen. Ik vraag dus aan deze begeleider of hij dat voor mij in het Arabisch op een briefje wil zetten. Hij doet dit en met een velletje Hiërogliefen schrift ga ik weer op naar het vliegveld. Ik hoop maar dat het er staat want hij kan er wel de meeste gekke dingen opzetten. ( “he lekker ding, wil je met me trouwen”…… of zo) Naast dit briefje geeft hij mij ook zijn e-mail adres. Als de groep compleet is vertrekken we weer naar het vliegveld wat op 10 minuten rijden vanaf het hotel ligt. We worden door de begeleider door de chaos geloodst en checken in. We stijgen op en even later zitten we aan de koffie met cake. Onder ons zien we één uitgestrekte zandbak. Zand, zand en nog eens zand. Zo nu en dan vliegen we over de Nijl en dan zie je een duidelijke groenstrook door het land slingeren. Wanneer de steward langs komt laat ik hem mijn briefje lezen.

Hij verdwijnt naar achteren en komt even later met de gevraagde bekertjes aan zetten. Ik zet die dingen op mijn oren en weet dat ik er een tijdje niet uit zie. Rond 9.00 uur landen we dan in Luxor waar mensen uit- en weer instappen. We stijgen weer op en weer voor de landing krijg ik mijn bekertjes. We landen veilig en we worden naar de aankomsthal gebracht. We zitten in de eerste bus en wachten even lekker in de zon op de andere helft van de groep. In de hal staat alweer iemand ons op te wachten. Hij heeft 2 kruiers bij zich en zij zien het voor elkaar te krijgen om 20 koffers op 2 karretjes te stouwen en deze keurig naar het busje te brengen. Via een achterraam worden de koffers op de achterbank gelegd. We rijden naar Aswan en ook zien we links en recht alleen maar zand. We zijn nog niet zo lang in Egypte maar een aantal zaken valt je nu al op en zal voor de rest van de vakantie gelden. Het is een echte mannenwereld. In het hotel, in het vliegtuig enz. overal mannen. En waar je ook maar langs komt moet je door een detectiepoortje. We komen aan bij ons 2e hotel. Het oogt ouder als het 1e en achteraf was dat gewoon een nooit meer geëvenaarde binnenkomer. Onze kamers zijn helaas nog niet schoon en met 2 andere stellen wachten we. We moeten een uurtje wachten. In de gids stond dat je veel dingen voor lief moest nemen, we maken ons er maar niet te dik om. We krijgen dan uiteindelijk toch de sleutel en hebben nog net tijd om ons even om te kleden voor onze eerste excursie. Om 1 uur staan we in de hal en we oefenen al wat op de namen. Atta, onze gids voegt zich bij de groep en neemt ons mee naar ons busje. We vertrekken allereerst naar de Aswandam.

Atta begint al het een en ander te vertellen en beantwoord al wat vragen over dingen die we om ons heen zien. Op de Aswandam heb je een mooi uitzicht en we maken wat foto’s. Van de Aswandam mag je geen foto’s maken. Men is bang voor een aanslag hierop en dit zou ook desastreuze gevolgen hebben. Binnen 8 uur zou Egypte blank staan, dus je kunt wel na gaan………. Daarna rijden we naar de tempel van Philea. Dit is een tempel die onder water heeft gestaan en door een Nederlands bedrijf boven water gehaald is en op en eiland is geplaatst. We moeten er dus heen varen. Er liggen verscheidene mooie witgeverfde en versierde boten klaar. Atta regelt wat met een schipper en we varen naar het eiland. Daar ligt dan onze eerste Egyptische tempel en de eerste echte hiërogliefen. Heel wonderlijk om te ervaren. Je hebt dit al zo menigmaal in boeken gelezen of op tv gezien, en dan sta je daar……………….. Atta neemt ons eerst apart en vertelt de geschiedenis van deze tempel. Hij legt de betekenis van de afbeeldingen uit en neemt ons dan mee de tempel in. Je raakt al snel onder de indruk van zo’n bouwwerk. Moeders aandacht wordt getrokken door een man in een gallabya. Hij wil wel met moeder op de foto. Achteraf hoor je dat zo’n man daar geld voor wil, maar zo slim waren we de eerste dag nog niet, dus hij moest het met een vriendelijke glimlach van ons doen

We krijgen nog wat eigen tijd om de tempel verder te bekijken. Moeder en ik zoeken een lekker plekje in de zon om daar vandaan te genieten van ons uitzicht. Met mijn telelens schiet ik nog een plaatje van een koopman. Hij stalt zijn waar uit voor de drommen toeristen die zo meteen na het vallen van de avond naar de klank en lichtshow komen. We lopen naar de boot en varen via de andere kant van het eiland weer terug. We stappen aan wal en de eerste verkopers trekken al weer onze aandacht. Er zit een Nubische man met wat boeken en kralen en hij begint te spelen op een soort citer. Moeder kan al de verleidingen weerstaan en we stappen weer in de bus op weg naar de onvoltooide obelisk. En weer door het zoveelste detectiepoortje, tas af en fototoestel erdoorheen en dan naar binnen. We komen uit in een steengroeve en we zien in de verte al een enorme obelisk liggen. We krijgen eerst van Atta uitleg over het maken van obelisken enz.

Dan hebben we vrij tijd om naar boven te lopen. Moeders lopen is nog niet het je van het maar ze kachelt er mooi op eigen gelegenheid achteraan. Het pad naar boven gaat over rotsen en aangelegde trappen tot we uiteindelijk boven staan. Je kijkt dan boven op de obelisk. Als deze niet gebarsten was (oh, wat zullen ze hebben gescholden) dan was dit de grootste van Egypte geworden. Alleen de onderkant zat nog vast. Een gelukkie voor de 3000 jaar later geïnteresseerde toerist, want die heeft er nu wel mooi zicht op hoe men zo’n ding maakte. Samen met een paar van het groepje ga ik even naar de achterkant in de hoop een nog beter plaatje te kunnen schieten. Wel een beetje eng op de schuine wand en ik houd het dan ook voor gezien. Ik ga weer terug en haal moeder in die op haar dooie akkertje weer terug scharrelt. We stappen weer in de bus en gaan naar ons hotel.

In de groep wordt hier en daar gepolst wie er naar het Nubisch museum zouden willen. Met 2 van de groep spreek ik af in de hal. We willen eerst even een telefooncel zoeken omdat het al 2 dagen geleden is geweest dat we innig afscheid hebben genomen van het thuisfront. We lopen naar het Old Cataract hotel wat naast ons hotel ligt. Dit is het hotel waar Agatha Christie haar boek “moord op de Nijl”schreef. We vragen aan een passerende kok, ook op weg naar dat hotel, hoe we bij een telefooncel moeten komen. We besluiten even een kijkje te gaan nemen op het terras, wat bekend staat als het mooiste van Egypte. Als je daar staat weet je waarom. We trekken de stoute schoenen aan en doen net of we gasten zijn. Het is een wat Moors aandoende stijl. We lopen een gang in waarbij aangegeven staat dat dit naar het restaurant gaat. Dan komen we in een onbeschrijfelijke mooie ruimte. Er is niemand, maar met weinig fantasie zie je er zo een sjeik zitten met zijn harem. De tafels zijn prachtig gedekt en de uitstraling is er één uit een sprookje.

We lopen weer terug en we loeren even in een kamer die open staat. Een kamerjongen vertelt dat Agatha’s kamer boven is, maar het gaat ons net iets te ver om die op te zoeken. We lopen via de andere kant van het hotel Aswan in en dit scheelt een heel stuk omlopen. We lopen de boulevard af en kopen bij een kioskje een telefoonkaart. We telefoneren een tijdje, maar deze kaart was op eer wij er erg in hadden. We gaan terug en bedanken intussen alle taxichauffeurs die ons hun ritje aanbieden. Onderweg komen we 2 dames tegen en we vragen de weg. Ze komen er niet uit ivm de taal en vragen een passerende man of die ons kan helpen. Zonder de dames ook maar één blik waard te gunnen legt hij ons vriendelijk de weg uit en loopt door. We komen bij het museum aan.

Achteraf blijkt dat het heel dicht bij ons hotel is en wij het zelfs kunnen zien liggen vanaf het balkon. Het is een keurig ogend museum en het heeft wel iets van een kasteel. We kopen een kaartje en gaan daarna door het detectiepoortje en de camera over de lopende band. We lopen naar het museum en we moeten weer dezelfde procedure ondergaan. We komen in een sereen verlichte ruimte en we spreken af dat we samen oplopen, maar als we elkaar kwijt raken we elkaar wel weer bij de uitgang treffen. Ik heb er geen behoefte aan om bij een tentoonstelling over opgravingen veel te lezen, dus ga ik richting de beelden. Ze staan mooi tentoongesteld. Zwarte achtergrond en subtiel verlicht. Ik probeer een foto zonder flits te maken. Goed stil houden en een schietgebedje dat ze mogen lukken. Dan de trap af naar beneden waar nog veel meer moois te zien is. Ze hebben hier een Nubisch dorp nagebouwd. De Nubiërs versierden hun huizen met de meest prachtige tekeningen. Het doet wat Eftelingachtig aan. Er staan prachtige dingen bij. Achteraf heb ik spijt dat ik een hele mooie glazen vaas niet op de foto heb gezet. Deze was erg oud en had zulke mooie patronen in het glas. Ik wist toen nog niet dat de foto’s die ik binnen zou nemen in musea en tempels goed zouden slagen. De anderen zijn ook net klaar en kunnen we huiswaarts. We gaan op de afgesproken tijd naar de eetzaal. In de eetzaal staat langs de wand een tafel van wel 15 meter en is gedekt met allerlei schalen. Van vele soorten rauwkost, broodjes enz tot van die grote warm houd schalen met allerlei lekkere gerechten.

We beginnen met een lekker tomatensoepje en een broodje er bij met kruidenboter. Dan nemen we wat van de rijst, macaroni, aardappelen, kip, vlees en vis. Na ons 2e bordje gaan we naar het toetjesbuffet die gevuld is met allerlei gebak, koekjes, mousse, soort baklava enz. Atta zit bij ons, wat ons de gelegenheid biedt hem van alles te vragen. We kletsen wat bij en tegen 21.00 uur vinden we het wel weer welletjes voor vandaag en gaan we naar onze kamers. We gaan even lekker douchen en schrijven de belevenissen van die dag op voor we om 22.00 uur het licht moe maar zeer voldaan uit doen

Dag 3: Aswan-Abu Simbel

Om 8.00 uur worden we gewekt en we gaan even relaxt op het balkon zitten. We verbazen ons er over hoeveel troep er wel ligt in de straten beneden ons en we bespeuren allerlei rotzooi op de daken van de huizen. “Kijk een kast staat ertussen en een gasfornuis”, ”Moet je daar zien op die binnen plaats lopen geiten kippen en zelfs een kalkoen”. We nemen met de telelens er wat foto’s van. We kleden ons aan en gaan naar de eetzaal waar van alles en nog wat staat. We nemen wat brood en iemand van de bediening laten we een lekker omeletje bakken. Na het ontbijt gaan we even in de zon zitten wachten op ons busje. De koffers worden ingeladen en we vertrekken naar Abu Simbel. We moeten daarvoor ons melden bij het konvooi. We wachten aan de kant van de weg en het straatbeeld wordt bepaald door heel veel kinderen die naar school gaan. Ik mag een foto nemen mits ik er maar geen soldaten op zet. Dan vertrekken we met op de voorste stoel iemand van de toeristenpolitie die ons vergezelt. Atta vertelt wat wetenswaardigheden over Egypte. Hopelijk geef ik het naar waarheid weer, maar dit is wat ik als aantekeningen in mijn boekje schreef: Als een kind naar een buitenlandse school gaat kost dat 30.000 EP. Veel geld voor een Egyptenaar. Je hebt ook openbare scholen die maar 200 pond kosten per jaar. Kost niks, maar je leert ook niks. De scholen hebben wisselende vrije dagen zodat er een spreiding is qua drukte.

Vandaar dat scholen ook op zondag open zijn. Wanneer men van school komt moeten meisjes 6 maand aan maatschappelijke stage doen. Jongens moeten o.a. bij de toeristenpolitie of in het zuiden bij de drugspolitie. Wanneer je weinig hebt geleerd moet je 3 jaar in dienst. Je krijgt dan wel scholing en ze leren je een vak. Hoe hoger je opleiding, hoe korter in dienst. Bv Universiteit hoeft maar een half jaar. Atta vertelt nog iets over de zwarte kleding bij vrouwen, wat in de Arabische landen respect voor de vrouw betekent en over de afname van de zandstormen. Ook vertelt hij dat het maar 3 à 4 keer per jaar regent in Egypte. In het zuiden valt gemiddeld 5 cm en in Alexandrië 20 cm. Men leeft dus puur van de Nijl. Hij vertelt nadien over de dynastieën die Egypte had. Een dynastie is een familie. Zo had je zes in het Oude Rijk en 12 in het Middenrijk. Wil je de geschiedenis goed leren kennen en de oude taal willen lezen dan moet je minimaal 2 jaar studeren. Intussen rijden we door de woestijn. Het uitzicht is erg fascinerend omdat de kleur en structuur voortdurend verandert. Soms rijzen er grote donkere bulten op en dit blijkt bij navraag vulkanisch gesteente te zijn. Ook horen we dat achter de bergen waar we een tijd lang tegenaan kijken de bedoeïenen wonen. Dit volk trouwt alleen maar met hun eigen. Verder is Egypte qua inkomsten van 3 dingen afhankelijk. Voor 1/3 van het toerisme, voor 1/3 van het vele gas wat Egypte rijk is en wat men exporteert en 1/3 van de inkomsten uit het Suez kanaal. Verder komt er elke 9 maanden er 1 miljoen Egyptenaren bij.

Na een tijdje rijden gaan we even pauzeren. Midden in de woestijn staat een wegrestaurantje. We gaan even ons creatief ontbijt verorberen en even later naar de wc. Het ziet er niet uit, maar ja, je moet wat. Toch even afreken, 1 EP. Met mijn telelens zet ik een waterpijp rokende man op de foto. Dan loop ik even naar de overkant van de weg om een fata morgana te fotograferen. “dat wil niet”: zegt een van de groep, “anders zou je ook geesten kunnen fotograferen”. Nou, ik heb 20 rolletjes bij mij dus ik waag er toch één aan. En laat die nou mooi lukken!!! Dan gaan we weer in de bus en na een tijdje rijden ontdekken we een oase. Het blijkt een proef te zijn. Men laat er water komen uit het Nassermeer 20 kilometer verderop en probeert nu in de woestijn kruiden te kweken. Dan rijden we langs Toeska. Dit is een droomproject van de Egyptenaar. Men probeert een groot stuk land te cultiveren midden in de woestijn. Men graaft vanuit het Nassermeer een groot kanaal daar heen en deze is al klaar voor 60%. Men is al 2 jaar bezig en men verwacht dat er over 3 jaar hier dan 1 miljoen mensen kunnen wonen. Men legt nu een 2e kanaal aan als reservoir. Mocht dit project slagen dan is men dus in staat om meer woestijn tot leven te brengen en zo de bevolking meer te spreiden. Men zal dan kunnen leven van het graan en de rijst die men kan gaan verbouwen. Her en der zien we in de buurt van Abu Simbel allemaal hokjes staan midden in de woestijn. Hier loopt een onderaardse rivier.

Veelal ligt deze 300 meter diep maar hier maar 100 meter diep. In die kastjes staan pompen om het water mee om hoog te halen. Dan rijden we door een plaatsje waar vroeger altijd de kamelenmarkt was. Pas 640 jaar na Christus kwamen er kamelen in Egypte. Dan rijden we naar 3 uur eindelijk het ongeveer 4000 inwoners tellende Abu Simbel binnen. We rijden naar ons hotel die echt op een steenworp afstand van het tempelcomplex ligt. We krijgen in de hal van het hotel de sleutels en dan blijken onze kamers buiten te zijn. We krijgen allemaal een grote kamer. Het is eenvoudig en de badkamer gaat wel. Dat wordt denk ik wassen bij de wastafel voor een keer. Het is half 2 maar we moeten ons pas weer verzamelen om half 4. Er wordt wat gemord, maar achteraf lijkt dit toch wel heel goed ingeschat van Atta. Wanneer wij om halfvier arriveren vertrekken de laatste toeristen en hebben wij het hele complex haast voor ons zelf. Tot halfvier moeten we dus de tijd doden en dat doen we maar bij het zwembad. Half vier verzamelen we ons en met de bus gaan we heen. Gas geven en remmen, want het is erg dicht bij. We moeten weer door de bekende poortjes heen en wandelen dan om een enorme bult met stenen. Dit blijkt de achterkant van het complex te zijn. Vroeger lag deze tempel aan de rivier de Nijl. Omdat met de aanleg van het Nassermeer dit monument verloren zou gaan heeft men dus een gedeelte van de berg waarin het was uitgehouwen, inclusief de tempel zelf, naar een hoger gedeelte verplaatst.

Men heeft eerst een stalen frame gemaakt en daar het hele gebeuren weer tegen aangebouwd. We lopen dus om de nep rots heen en zien dan 4 grote beelden van Ramses staan. Heel raar gevoel. Dit is nu het echt Abu Simbel. Niet uit een plaatje, maar nu sta je er echt. We gaan eerst naar de tribune waar ’s avonds de klank en lichtshow is. Atta vertelt ons van alles. Dit moet hij buiten doen omdat er anders teveel binnen gesproken wordt wat op den lange duur schade aanbrengt aan de gebouwen. We hebben het rijk alleen als we er in gaan. Het nadeel van dit tijdstip is dat de zon al weg draait. Maar ja, een mens kan niet alles hebben. We bekijken het complex en lopen later naar de nabij gelegen tempel van Nefertete. Binnen probeer ik wat foto’s te maken. Ook hier mag je niet flitsen, dus pas thuis weet je of het lukt. Na een tijd moeten we ons weer melden bij Atta. Die staat bij het ticketstation waar je kaarten kunt kopen voor de lichtshow van ’s avonds. We kopen kaartjes en gaan eerst even terug naar het hotel om wat aan te lummelen en ons dan uiteindelijk warm om te kleden voor de show. We gaan met zijn allen weer naar de bankjes van die middag. Er is nog een groep en die liggen met een Nijlboot aangemeerd. De meesten spreken Spaans dus wordt die taal gedraaid. Wij krijgen allemaal een oortje en kunnen onze taal met voorkeur er op zetten en het volume regelen. De show is prachtig. Na afloop probeer ik nog even een foto te maken van de beelden bij nacht. Hoewel we goed ingepakt zijn, zijn we toch een beetje verkleumd en nemen daarom ook niet de moeite meer om ons om te kleden voor het diner maar gaan gelijk de warme eetzaal binnen. Vanavond geen buffet maar het wordt opgediend.

De maaltijd begint met een lichte smakelijke bouillon en wordt vervolgd met een tussengerecht van spaghetti met saus. Dan komen ze weer langs met de hoofdmaaltijd. Er staat patat met kip op het menu met fruit na als dessert. Na de maaltijd legt Atta uit wat voor facultatieve tochten hij voor ons in petto heeft. De eerste is in Luxor. We kunnen nadat we de tempel hebben bezocht met een koetsje door de stad om te zien hoe de gewone burger daar leeft, langs de oude sfinxenlaan en terug door de bazaar. Verder wil hij met ons wel als we van het Kitchener eiland komen doorvaren naar een echt Nubisch dorp. We besluiten deze beidde te doen, want we zijn er immers nu toch. Dan gaan we richting onze kamer voor een lekker nachtje. Die nacht worden wij helaas lek gestoken door een familie vliegend ongedierte. Geen DEED e.d mocht baten. Hoe wel wij anders erg zuinig zijn op alles wat groeit en bloeit, moet ik toch erkennen dat wij enige vliegende familieleden naar de eeuwige jachtvelden geholpen hebben.(in Groningen noemen we die beestjes namelijk neefjes ipv vliegen) Mocht u dus ooit een kamer krijgen in hotel Nefertari met wat schoenafdrukken op de muur, dan weet u dat wij daar voor u waren.

Dag 4: Abu Simbel-Aswan-Nijlcruise / fellucatocht / kitchenereiland / Nubisch dorp

Ttttttttrrrrrrrrring tttttttrrrring gaat om 5 uur de wekker al weer af. Met een paar anderen heb ik afgesproken om de zonsopgang bij Abu Simbel mee te maken. Atta heeft nagevraagd en om kwart voor 6 zou de zon opkomen. Ik maak mezelf al zover klaar dat ik straks niet meer hoef. Ik steek mijzelf in dikke kleren en meld mij voor het áppel. De anderen komen al ras en we gaan. Volgens Atta is er vaak nog niemand en als je komt kun je vaak vertellen dat je even voor de zonsopgang komt en dat je voordat de toeristen komen alweer weg bent. We stappen lekker door en lopen voorbij de gesloten souvenirwinkeltjes. We komen bij de kassa en er komt zomaar een man in een gallabya achter de koffiekraam weg. Nou die heeft zich niet gewassen vanochtend en ik ben bang dat hij dat ook niet meer gaat doen vandaag. We leggen uit wat we komen doen en hij zegt alleen maar “Ticket”. Nou, dat schiet niet op. Hij klopt op het raam bij de kassa. Het licht gaat aan en het gordijntje wordt opengeschoven. Daar staat ook een aangeklede man. Nou daar hoef ik vandaag ook niet te dicht bij in de buurt komen, bah viespeuk. We kopen een kaartje en draaien ons om richting de ingang en ik mag er gif op in nemen, maar daar staan al een paar van die soldaten in een zwart pakje. Nou die kwamen niet gedoucht aangefietst met hun broodtrommeltje achterop. Wil niet weten waar die gezeten hebben en wanneer die voor het laatst gewassen zijn. Maar goed, wij gaan naar binnen.

Het zotte is dat zelfs wij nu door een detectiepoortje moeten. Maar goed, je moet er wat voor over hebben. We zoeken een strategisch plekje waar vandaan we de mooiste foto kunnen schieten. Kwart voor 6 nog geen zon. 6 Uur nog niet. Kwart voor 7(en bedankt Atta) gaat de zon op. Helaas voor ons hangen er wolken bij de horizon en gaat het effect verloren. We zien ook een vliegtuig landen en concluderen dat de eerste busreizigers al wel snel hier zullen zijn. We genieten van de laatste serene momenten en gaan nog eenmaal het complex binnen. We nemen in ons hart afscheid en lopen naar buiten. Het volgende beeld werkte mij werkelijk op de lachspieren. Het leek wel een invasie uit het stripboek van Asterix en Obelisk. Zoals in die strips de soldaten in een kordon aankomen marcheren, zo ook horen wij kedoeng, kedoeng, kedoeng en ja hoor, vier man dik komt daar een rups van toeristen over de berg aangelopen. Een niet aflatende stroom toeristen vult het terrein en wij maken ons maar snel uit de voeten. Velen kijken verbaasd en het ligt ons voor in de mond om te zeggen dat er niks aan is en wij al weer weg gaan. We houden ons fatsoen en lopen terug naar het hotel. We verbazen ons over de enorme rij bij de kassa en er staan wel 40 bussen her en der. Een kakofonie van geluiden, een schril contrast met de serene rust van nog geen half uur geleden aan de andere kant. We gaan terug om onze koffers te pakken en om te ontbijten. Het stelt niet zoveel voor. De anderen arriveren ook, en ook vele van hen zijn vannacht flink te grazen genomen door onze gevleugelde vrienden.

Rond half 9 rijden we weg van het hotel om ons aan te sluiten bij het konvooi. We moeten even wachten dus we schieten de bus uit om nog een foto te maken. Er zijn een paar mensen met de tuin bezig. Een leerling staat er bij te kijken en mag het even later ook proberen. Hoewel de woestijn erg mooi is deed de korte nacht mij de das om. Ik blaas mijn opblaas kussentje op en vertrek naar achteren. In een knup lig ik toch even 2 uurtjes te slapen op de achterbank. We rijden even later Aswan weer in en gaan naar de kade waar onze Nijlboot op ons ligt te wachten. We stappen aan boord van een geweldig mooi schip. Erg vriendelijk personeel wacht ons op en overhandigd ons de sleutel. Wij moeten een verdieping naar beneden. We openen de kamer en ontdekken een zeer gerieflijke kamer. We kleden ons alvast om voor onze excursie van de middag en gaan dan naar de eetzaal. De stoel wordt ons heel sjiek onder onze derrière geschoven. De eerste lunch op de boot wordt ons geserveerd. We krijgen soep met broodjes en er zijn allerlei warme hapjes. Het hoofdgerecht bestaat uit rijst met kip aan een spies. Alles is even smakelijk. We krijgen fruit na. We nemen zo’n lekker klein banaantje mee voor onderweg straks.

We gaan naar de lunch met Atta mee en lopen langs de kade naar een paar felluca boten. We stappen aan boord en de schipper vaart ons met een heerlijk briesje naar de overkant. Daar ligt midden in de Nijl het Kitchenereiland. We stappen aan wal en worden echt bedolven onder de verkopers. Hai, hai er is haast geen doorkomen aan. We redden het toch en lopen door de tuinen.

We krijgen hier wat tijd om rond te lopen. Deze tuin is ooit aangelegd door iemand die heel veel bomen ed van over de hele wereld heeft samen gevoegd. Het maakt op ons toch een beetje verwaarloosde indruk. Na een uurtje gaan we naar de motorboot die ons verder zal brengen. We varen met de motorboot verder en we zien het mausoleum van Aga Khan aan ons voorbij glijden. Even later varen we voorbij een kamelenmarkt. Alleen voor een foto mogen we er even 5 minuten heen. De handelaren komen als vliegen op je af of je wel een ritje wil maken.

Dan varen we door naar een eiland in de Nijl. Atta wijst ons op een steen bovenaan. Voor de meeste moeilijk te zien. Ik zoem met mijn tele lens er op in. Dit blijkt een enorm belangrijke steen. Dit is de hongersnood steen uit een sage van Farao Djoser die offert aan de God Khan (voor zover ik het begrepen heb) De steen heeft dezelfde historische waarde als de steen van Rosette.

Even later leggen we aan bij het Nubische dorp. Uit alle hoeken en gaten komen dorpsbewoners en hun kinderen. Ze willen van alles en nog wat verkopen. De schipper loopt er achteraan en jaagt de kinderen bij ons weg. Hij gooit zelfs nu en dan een steentje naar ze, maar voor de kinderen wordt het nu nog meer een spel om hem uit te dagen. Ik schiet wat plaatjes met mijn tele maar helaas zijn ze niet scherp geworden. Atta laat ons het dorp zien. De moskee, de gemeenschappelijke waterkruiken en de smid. Dan neemt hij ons mee naar het huis van zijn vriend en we drinken daar een glas thee of cola. Nadat we hun huis hebben bekeken gaan we weer naar de boot en varen terug naar het cruiseschip. We gaan van boord en omdat er wat rare kuilen en bulten in de kade zitten licht ik de groep wat bij met mijn zaklantaarn die ik altijd aan mijn fototas heb hangen.

Net op onze kamer aangekomen klopt één uit de groep op de deur. Of ik met hem mee wil op zoek naar een Internet café. Tuurlijk!! We volgen Atta zijn aanwijzingen en vinden even later een louche gebouwtje met een plakkaat bij de deur waar Internet op staat. Dit moet het zijn. Het lijkt wel een gebouw wat op het punt staat gesloopt te worden. We worden door iemand naar boven gedirigeerd en daar zien we uit een kamer het licht schijnsel van de beeldschermen. Een vriendelijke man nodigt ons binnen en zet 2 computers voor ons aan. Van het toetsenbord kun je wel ossenstaartsoep trekken. Maar ja, voor 5 EP moet je niet zeuren. Hij staat op Arabisch ingesteld en dat is even onhandig reageren. Bij elke zin moet ik eerst de taal omzetten wil manlief geen Arabische tekens in beeld krijgen./ Het duurt even voor ik contact heb, maar dan kunnen we even bijpraten. Nu blijkt maar weer hoe handig het is dat je dochter altijd op de MSN hangt. Ze kan dus direct manlief waarschuwen. We praten tot bijna 8 uur en dan in een drafje terug naar de boot. Moeders is al vertrokken en ik haal dus snel de sleutel bij haar weg uit de eetzaal en fatsoeneer mij nog even. Dan schuif ook ik aan tafel en we eten weer heerlijk. De bemanning heeft zich in Italiaanse kledij gestoken en ook het eten is daar op aangepast. Naast de gebruikelijke broodjes, soep, aardappel en vleesgerechten vinden we pasta met kip en groente en soort pizzabroodjes.

Van het toetjesbuffet halen we nadien verschillende soorten kwark en soorten koekjes. Dan wordt de zaal donker en komen alle obers Happy Birthday zingend binnen. Ze laten aan elke tafel de door de kok gebakken taart met vuurwerk erop bewonderen en bieden deze aan, aan de jarige en maken met haar nog een vreugdedansje.

Later meldt Atta zich bij de groep en legt het programma voor morgen uit. Dan moet ik even naar de wc en kijk mijn ogen uit op de kamer. In de tussentijd dat wij zaten te dineren hebben de kamerjongens 2 prachtige zwanen gemaakt van het sprei en één van een handdoek. Moeder komt ook nieuwsgierig kijken en de kamerjongens staan even verderop te wachten op onze reactie. Ze komen er even trots naast staan. Dan gaan we nog even kijken in het winkeltje aan boord en besluiten dan definitief naar onze kamer te gaan.

Dag 5 Kom Ombo / Nijlcruise / Edfoe

Kwart voor 6 loopt de wekker af en stappen we uit bed om te gaan douchen en aankleden. We verzamelen ons in de lounge waar koffie en thee met een plak cake geserveerd wordt. De boot heeft vannacht aangemeerd bij Kom Ombo. Het is daarom vanaf de boot ook maar 5 minuten lopen. Het is een prachtige tempel geweid aan Hathor en Sobeck. De tempel is symmetrisch gebouwd om beide goden te kunnen dienen. Alles is erg imposant en ook hier staan weer van die enorme indrukwekkend grote zuilen. Atta legt een hele hoop uit en laat ons o.a. de waterput zien dat water omhoog pompte uit de Nijl welk water men dan weer gebruikte voor het bassin waar de krokodillen in zaten. Achter het hele complex lag vroeger een ziekenhuis. Op de muur achter is in hiërogliefen te zien wat voor instrumenten ed. men gebruikte. Ook staat daar het beroemde oog van Horus afgebeeld die door zijn broer, zo gaat het verhaal, was beschadigd en die uit zich zelf weer genas. Dit oog vind je soms nog terug op recepten van artsen. Het is hier erg druk en voor dat laatste staat een drom mensen om dit te zien. We kiezen er voor om de resterende tijd nog wat rond te lopen en wat foto’s te maken. We lopen op ons gemak terug naar de boot en dan ontdekken we een man die 2 slangen bij zich heeft. Maak je een foto dan wil hij na die tijd “Baksjees” hebben. Hoe dichter we bij de boot komen hoe drukker het wordt met handelaren.

Veel vrouwen en kinderen proberen van alles aan je te slijten. We gaan weer aan boord en gaan uitgebreid ontbijten. We hebben nu alle tijd, want we gaan nu varen tot de excursie van vanmiddag. We laten een lekker eitje voor ons bakken en genieten van alle lekkere dingen die weer geserveerd staan. Dan gaan we naar het zonnedek en zoeken een strandbed uit gericht op de zon en wat uit de wind. In een kastje ontdekken we grote handdoeken waar je op mag liggen en die je na die tijd in een wasmand stopt. De zon is niet zo heel fel en zo nu en dan is het zelfs bewolkt. De wind is wat fris, maar met een vestje aan toch nog wel aangenaam. Er komen een paar van de groep bij liggen en samen hebben we wat leuke gesprekken. Ober Mohammed komt langs om nummertjes te verkopen voor de tombola. Nou, doe maar één. Ik moet even naar de hut voor een sanitaire stop. De kamerjongen staat weer om het hoekje te gniffelen dus die heeft weer wat in elkaar geflanst. Dit keer heeft hij van de 2 spreien een krokodil gemaakt. Moeder is uitgezond en we gaan naar het winkeltje om wat ansichtkaarten te kopen om ze daarna op het dekken te gaan schrijven. We bruinen ons aan de zon die zo nu en dan even tussen de flauwe bewolking door komt. We genieten van het afwisselende landschap en taferelen. Dan zijn er weer bergen op de achtergrond en palmbomen op de voorgrond. Dan weer dorpjes of vissers op de Nijl. Kinderen die zwaaien naar de boot, vrouwen die de (af)was doen in de Nijl. Het is een afwisselend schouwspel waar we zo nu en dan een foto van maken. Dan is het tijd voor de lunch. We krijgen weer soep en nadien staan er weer heerlijke gerechten klaar met aardappelen, vlees/spek/ui en groente met kip.

Als nagerechten is er o.a. pudding en cake. We nemen een banaantje mee voor straks onderweg.

Even later gaan wij van boord en we moeten met z’n vieren in een koetsje stappen. Achmed de koetsier zet ons nog even op de foto en dan gaan we in colonne naar de tempel van Edfoe. De tempel is de gaafste tempel die er nog is. Het is een enorm groot imposante tempel. Het waait er nog al en omdat de tempel op een zanderige vlakte staat, stuift het nog al. Ik doe mijn camera voor de zekerheid maar onder mijn vest. Atta neemt ons mee door het complex en legt heel veel uit. In het heilige der heilige legt Atta de ceremonie uit. De priester of de Farao zelf kwam hier dan offeren. Deze maakte de verzegelde deuren open, trok speciale kleding aan en maakte zich op. Dan werd er wierook geofferd en nam men een schaal mee naar buiten die zich opladen door de zon. Via de andere kant van de tempel liep men weer naar binnen. Dan werd de schaal neergezet en liep men achterwaarts, daarbij de voetstappen wegvegend. De ruimte werd verlaten om hem dan weer te verzegelen tot de volgende dag.

Dit is een summiere weergave, maar als je daar staat in zo’n tempel probeer je dat toch ter plekke te visualiseren en dan kom je toch wel onder de indruk zoals men vroeger dacht en leefde in die tijd. Terwijl ik aandachtig naar Atta sta te luisteren heeft moeders zich tegen een pilaar genesteld en vind het na de zoveelste tempel wel even genoeg. Het duurt dan ook niet lang dat ze me aan de jas trekt en fluistert: “kijk, een hond op een autoped” ? “wat zegt u?” “een hond op een autoped ? , kijk maar”en ze wijst naar een hiëroglief op een pilaar. Met een beetje fantasie moet ik haar gelijk geven, en maak er maar een foto van voor in het plakboek.

We krijgen nog wat vrije tijd en lopen nog wat rond. We gaan terug naar de boot en lopen naar de lounge. Daar zouden we koffie met appelgebak krijgen. Volgens de ober schenken ze dit op het zonneterras. Het is onderhand al flink bewolkt, fris en er staat een beste wind. We gaan naar boven, maar daar moeten we haast tegen de wind in hangen om bij de koffiestand te komen.

Ik heb wel gehoord van een storm in een glas water, maar nog nooit van één in een kop koffie. Maar vanmiddag had ik er wel een. De koffie golfde in mijn kopje en het sloeg gewoon over de rand. Schoteltje er maar op en gauw de trap af naar het dek beneden want daar kon je uit de wind nog zitten. We nemen de ober op de korrel met zijn koffie schenkerij op het dak. We frissen ons dan op en gaan daarna dineren. We hebben vanavond een Egyptische avond. Er staat een ober achter een enorme kalkoen, waar hij op jou verzoek een stukje afsnijdt. Een andere jongen bakt falafel. Een typisch Egyptisch eten gemaakt van oa. kikkererwten gefrituurd in olie. Het smaakt heerlijk net als de rijst met kip, kikkererwten en gedroogde uitjes. Alles smaakt weer even goed. We worden na afloop van de maaltijd uitgenodigd voor de Gallabia avond. De Egyptische obers doen daar een paar sketches en dan worden er een aantal spelletjes georganiseerd zoals mummies maken, Egyptisch polo, waterflessen. Ook wordt er door een fotograaf een foto gemaakt die we de volgende dag blijken te kunnen kopen. We kruipen even later lekker onder de wol.

Dag 6 Karnak / Luxor-tempel

De dag begint lekker relaxed want vanochtend gaan we alleen varen. Tijdens het ontbijt gaan we door de sluis van Esna. Het zonnetje schijnt vandaag en gaan we lekker boven aan dek zitten te zonnen. Het lijkt wel luilekkerland aan boord want de tijd vliegt om met al dat zonnen en we gaan al weer naar de eetzaal voor de lunch. Heerlijke aardappelpuree, vlees en een mix van kip/ui/paprika lachen ons onder andere toe. We vullen de gaatjes (waar?) met bananentaart en chocoladebonbons en dan kan de huig niet meer heen en weer. Voorzichtig schuifelen we de eetzaal uit, bang dat het er anders bij de oren weer uit komt. We gaan om één uur van de boot en de bus brengt ons naar de tempel van Karnak. Dit is het grootste complex wat er nog staat. Vele farao’s hebben hier stukken bij aangebouwd. Er is hier zoveel te zien. Atta voert ons bij de high-lights langs. We staan oog in oog met een enorme ruimte met heel veel kollossen. Zien vele stukken waar de kleur nog op staat en staan stil bij een zeer gave obelisk. Ook fotografeer ik een beeld van Toutanchamon. Atta laat ons ook nog een beschrijving op de wand zien die je terug kunt vinden in de Bijbel. De geschiedenis speelt zich af ten tijde van Koning Rehabeam en deze gaat over Koning Sisak van Egypte. De heldendaden van deze Farao Sisak staan op de tempelmuur van Karnak vertelt. We lopen door naar het Heilige meer waar o.a ook het grootste beeld in Egypte van een scarabee staat. Men zegt dat als je er 7 keer om heen loopt je een wens mag doen en je iets moois krijgt.

We krijgen wat vrije tijd en maak o.a een foto van wat beelden daarna nestelen we ons in de zon en laten ons later samen even voor deze sfinxenrij fotograferen. Als de club weer compleet is gaan we weer naar de bus en vertrekken naar de tempel van Luxor. Hoewel je van tempel naar tempel gaat verbaast iedere tempel je weer. Er is geen één gelijk. Allen zijn ze op hun buurt weer anders en heel fascinerend. We zien bij deze tempel de statige voorkant die ons doet denken aan de tempel van Edfoe. Voor de tempel staan één obelisk de andere is de beroemde obelisk in Parijs. Voor de tempel is de overbekende laan der Sfinxen. We lopen het complex in en laten de schoonheid op ons inwerken. Prachtige beelden onder ander van Toutanchamon en zijn vrouw. Heel bijzonder om op een plek te lopen waar hij gewoon geleefd heeft. Ook wijst Atta ons de plek aan waar ze met restauratiewerkzaamheden een groot aantal beelden hebben gevonden. Deze waren geheel gaaf en staan nu tentoongesteld in het Luxor museum. Nadat we ons zelf op deze plek vereeuwigd hebben gaan we naar de achteruitgang. We hadden een facultatieve tocht geregeld en die blijkt dus nu te zijn. Bij de achteringang heeft Atta koetsjes geregeld. We zitten er alleen in en we rijden in een stoet door de straten van Luxor. De jongen op de bok begint het één en ander te vragen en wij aan hem. Hij moet even op zijn collega’s wachten maar doet dit naast een bus die stationair draait. Uche, uche. Hij krijgt het in de gaten en zet het paardje verder op.

Dan zijn we compleet en vertrekken we. Het duurt niet lang of we rijden door de straten waar de gewone Egyptenaar woont. We denken dat dit de slopenwijken zijn, maar Atta vertelt naderhand dat dit gewoon het doorsnee leven is. Aan de kant van de weg lopen wat kinderen. De een nog groezeliger dan de andere. Als we een kindje alleen zien en we rijden niet te hart dan delen we gauw een lolly uit.

Ze maken direct het gebaar van een schrijvende pen. Maar daar zijn we al aardig door heen. Soms rennen de kinderen nog een heel eind mee met een smekende blik of ze nog iets mogen. Ook de koetsier krijgt in de gaten dat we pennen hebben. Moeder wil hem laten uitzoeken uit een blauwe of rode, maar “dat snapt hij niet” en ze verdwijnen alle twee in zijn binnenzak terwijl ook hij zich te goed doet aan zijn lolly. Onder tussen rijden we bij de oude sfinxenlaan langs. Deze liep vroeger van de tempel van Karnak naar die van Luxor. We zwaaien af en rijden tussen de gewone huizen door. Overal heeft men kampvuurtjes gemaakt. De huizen zijn niet verwarmd en in de wintermaanden warmt men zich dus buiten bij het vuur. Bij een vuurtje ontdekken we een heel klein meisje die haar schoentjes uitgedaan heeft en haar voetjes warmt aan het vuur. We gaan weer verder en rijden we een soort plein op waar die ochtend een kamelenmarkt is geweest. Overal licht dus kamelenpoep. De straten zijn ook hier vervuild zoals we dat overal zien. Zodra kinderen ons aan zien komen rennen ze mee met het gebaar of ze een pen mogen. We zien aan de kant van de weg nog een kraampje staan waar ze falafel bakken. Dan draaien we de Soek op. Dit is een hele nauwe straat waar allerlei handelaren hun waar aanbieden. De koets kan er net doorheen. Het is een heel kleurig schouwspel. Zo nu en dan staan we stil en ik besluit toch maar een foto te maken in de hoop dat het wil in het donker. De flits valt namelijk hier weg. Al met al een indrukwekkende rit. Aan het eind stoppen we even want Atta wil even informeren wie van de groep van hier nog naar het Luxor museum willen. De meeste willen de volgende dag en daar ben ik wel blij om omdat moeders erbij is en dit minder interesseert. We rijden dus door naar de boot. We gaan direct door naar de lounge omdat we ondertussen door en door verkleumd zijn en daarom ontzettend veel zin aan een bak koffie hebben.

Het bakkie troost valt er lekker in en gaan dan gauw naar de kamer voor een lange, warme douche. We gaan opgetut richting eetzaal en doen ons te goed aan ons galgenmaal aan boord. De uiensoep, rauwkost en kaasjes, aardappelkroketjes met vis en de appeltaart met slagroom na smaakt ons weer voortreffelijk. ‘s Avonds gaan we even weer internetten met het thuisfront. Dat is deze keer goed te doen want we liggen aan een stukje kade waar een aantal winkeltjes zijn en een internetcafé. Dus 2 stappen zetten en we zijn er. We kletsen even een beetje bij en gaan dan heerlijk slapen.

Dag 7: vallei der koningen / tempel van hatjsepsoet / vallei der koninginnen

Dit is één van de dagen waar ik mijn leven lang al van droom. Naar het graf van Toutanchamon gaan!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Vandaag is het zover. We moeten vroeg op en de koffers moeten gepakt worden want we gaan de cruiseboot weer verlaten. We laten ons nog één keer heerlijk verwennen. We nemen een broodje met omelet en laten wel 3 flensjes bakken. Heerlijk!!!. De koffers worden de loopplank afgedragen en bij de bus ter controle gezet. We stappen in en rond 7.30 gaat het richting de Kollossen van Memnon. Erg groot en wereldberoemd. We stappen even uit om een plaatje te schieten. De reis gaat verder en we zien nog een tempelcomplex aan de kant van de weg liggen. Het Ramseseum. We stoppen hier niet maar rijden verder tussen zandkleurige bergen door, om uiteindelijk te stoppen bij een parkeerplaats. We stappen uit en moeten tussen allemaal kraampjes en verkopers door. We stappen in een treintje en rijden naar het begin van de vallei waar de kassa staat. We krijgen van Atta een entreekaartje en de gelegenheid om voor het graf van Toutachamon een extra kaartje te kopen. We lopen naar het graf van Toutanchamon en Atta vertelt daar het een en ander en geeft suggesties welke graven je kunt bezoeken.

Hij vertelt welke hij de moeite waard vindt en de moeilijkheids graad. Het ene graf schijnt moeilijker begaanbaar te zijn dan de andere. Ik laat mij even vastleggen op de foto bij het grafopschrift van Toutanchamon. Binnen mag je niet fotograferen en we moeten ons toestel afgeven aan een bewaker. Dan is er een steile metalen trap naar beneden. Daar ga ik dan, naar de plek waar ik zo naar verlangd heb. Beneden aangekomen sta ik in een vrij kleine ruimte. Gezien de hoeveelheid aan schatten had ik iets veel groters verwacht. Er staat een bewaker die mij welkom heet. Ik loop eerst naar het gedeelte waar de sarcofaag staat en waar de mooie muurschilderingen op de wand staan. Daar ligt hij dan, in eigen persoon. Tegen het houten hekje leunend, wat er staat als afscheiding, probeer ik zo goed mogelijk alles op mij te laten in werken. Dan ga ik even bij de andere ruimte kijken. De bewaker laat mij bukken en mijn hoofd door het gat steken. Het is een lege en kleine ruimte en de man vertelt dat oa. hier de schoenen lagen. Hij attendeert mij op de andere ruimte die volgt op het gekleurde gedeelte. Hiervan kun je alleen de opening zien en niet wat erachter zit. Dan wordt het tijd om weer te gaan omdat we de andere graven nog moeten en omdat ook moeder boven zit te wachten. Van moeder krijg ik de vrije hand om uit te zoeken wat ik wil, maar ik kies, mede omdat moeder niet zo goed loopt, voor drie zeer toegankelijke graven, die volgens Atta ook zeer de moeite waard zijn. We bezoeken de graven 3,6,9. Vooral het eerste graf dat wij bezoeken is zo onbeschrijfelijk mooi. Prachtige muurschilderingen. Zo fijn en zo mooi nog van kleur. Helaas mag je ook hier niet fotograferen. Beneden ligt nog een lege sarcofaag. Het tweede graf heeft weer veel zijkamers en zo zit er in alles wat je bekijkt zo’n verscheidenheid. Nadat we de drie graven hebben bekeken moet ik even naar het toilet.

Er staat een soort stacaravan op poten. Als ik buiten kom vraag ik wat hij moet hebben. Dat mag ik zelf bepalen en geef de beste man wat geld en een lolly. Dat vindt hij prima. Ik loop terug naar de groep en ga met een van de groep nog even een stukje de vallei in lopen. Hier zijn ze nog bezig met opgravingen. Ze graven wat zand op en doen dit in zakken en manden en andere mannen dragen deze weg en gooien het verder beneden op een bepaalde plaats. Dit stuift enorm en is dus niet het leukste werk. We laten de omgeving op ons inwerken. We zijn omringd door steile, grillige hoge zandkleurige bergwanden met daarboven een strakblauwe lucht. Er hangt een zeer serene stilte. Een bijzonder dodenvallei waar zich heel wat heeft afgespeeld. We lopen weer naar beneden en sluiten ons aan bij de groep die weer naar de bus gaat. Ik zie de wc-man voor zijn toko zitten heerlijk aan zijn lolly likkend. Ik maak het lekker lik gebaar naar hem en hij lacht mij vriendelijk toe. Het treintje brengt ons terug naar de bus en we kijken nog wat bij de verkopers zonder daadwerkelijk wat te kopen. We rijden terug en gaan dan naar een steengroeve (voor Atta zijn provisie?). Hier zitten jongens met de hand vazen en potten te maken. Volgens de man die het uitlegt is het ook allemaal handwerk. Het is een waar toneelstukje die men opvoert tot vaste grapjes zinnen die ze herhalen. Dan gaan we naar binnen. Elke dame heeft binnen een mum van tijd een jongen naast zich lopen. Ook ik heb een handige prater naast mij die mij vertelt hoe mooi ik er uit zie en hoeveel kamelen ik wel waard ben. Ik krijg zelfs een ketting van hem om zijn woorden kracht bij te zetten. Ik kan niet iets vinden wat ik echt mooi vind, en wat ik al leuk vind is of veel te zwaar of te duur. We gaan maar naar buiten. Daar loopt een man met euro’s en eurocenten. Hij heeft er niks aan en wil dit graag omgeruild hebben voor papiergeld. We hebben nog een flapje van €5 en doen hem dat plezier. De reis gaat verder naar de tempel van Hatsjepoet.

Hier zijn in de eind negentiger jaren een groot aantal toeristen doodgeschoten. Raar idee als je daar loopt. De tempel ligt tegen dezelfde imposante bergen als zonet, op een plaats die heel weids oogt. We stappen in een treintje wat ons naar de tempel rijdt. Atta laat ons de mooiste plekjes zien en dan hebben we tijd om wat te fotograferen. We rijden even later met het treintje naar de bus en vertrekken dan naar de vallei der koninginnen. Overal waar we tot nog toe zijn geweest (uitgezonderd Kom Ombo) is het opvallend rustig. In deze vallei zijn wij zelfs helemaal alleen. Atta laat ons een graf zien die de Farao heeft laten maken voor één van zijn kinderen die op de leeftijd van een jaar of 13 moet zijn overleden. De muurschilderingen laten zien dat hij zijn zoontje voorstelt aan de goden om hun te vragen om in het hiernamaals straks goed voor hem te zorgen. Achter in dit graf staat een glazen kastje. Hierin ligt een lichaampje van een ongeboren kind wat vroeger door een kraamvrouw in dit graf moet zijn gelegd. We hebben het gezien en gaan nog een kijkje nemen in een ander graf. Het is hier erg stil en de gehele omgeving maakt een overweldigende indruk op je. Omdat we even hier met zijn tweeën staan ga je helemaal op in je omgeving. We staan bij de ingang van het graf van Nefertari, die overigens alleen voor Egyptologen geopend is. We gaan terug naar Luxor. Op de terugweg vertel ik de groep nog even de grap van Machmed de kamelenverkoper.

We rijden door naar ons hotel. We krijgen een grote kamer met 3 bedden en uitzicht op de Nijl en de vallei aan de overkant. De badkamer is netjes verzorgd. Ik kleed mij even om en ga dan naar de hal waar we met een aantal hebben afgesproken om naar het Luxor museum te gaan.

Ik ding af tot 20 EP en ze zetten ons keurig af bij het museum. Het museum is niet erg groot maar alles wat er is staat wel mooi tentoongesteld. Hier zouden ook stukken staan van Toutanchamon, maar dat valt wat tegen. Een paar beeldjes, 2 bootjes en een gouden koeienkop. We gaan terug en frissen ons op. Dan gaan we naar de eetzaal. Na de gezelligheid en intimiteit van de cruise is dit wel even een omschakeling. Het is groot en heeft meer weg van een vreetschuur. Maar goed we moeten eten en lopen eens langs het buffet. We nemen een soepje en halen daarna iets van de warme gerechten. Het eten is lauw en bij de 2e ronde schuif ik de grote deksels wat meer naar achter en haal eten zover mogelijk van achteren naar voren. Dat smaakt beter. In mijn eten kom ik een haar tegen en later staat er ook één rechtop in de slagroom van het gebak. Maar niet over nadenken. We moeten ook een beetje omschakelen wat betreft bediening. Op de boot was je echt gast en maakte men het je naar ’t zin. Hier ben je een nummer. De obers rennen ook rond als een kip zonder kop. Je bent al haast klaar met eten als ze je drinken nog eens brengen. Een beetje na mokkend en niet zo tevreden over het eten lopen we naar boven. Het moet even wennen denken we maar zo, we waren ook wel erg verwend. We nemen een lekkere warme douche en kletsen wat na over de dag voor we het licht uit doen en lekker gaan slapen.

Dag 8: Luxor / Abydos / Dendera

“Jeanette, pak een emmer, ik word niet goed…””Heh, wat….””Toe ik moet spugen”. Ik ben direct wakker en trek een spurtje richting prullenmand. Moeders geeft over. “Oh, wat ben ik beroerd, ik heb van mijn leven nog niet over gegeven en nu hier in Egypte….blaeeeee”. Ik leeg de emmer en moeders gaat weer onder de wol. “Ga maar weer slapen want ik ben het geloof ik kwijt, als ik weer moet roep ik je wel”. Ik zet de schoongemaakte prullenmand naast haar neer en duik weer in mijn bedje. De klok wijst 5 uur aan. Dan gaat een tijd later de wekker omdat we er uit moeten voor de excursie van die dag. Moeder is absoluut niet fit en wil thuis blijven. Ze staat er op dat ik mee ga. Ik protesteer, maar ze wil er niets van weten. Uit ervaring weet ik, dat als ze ziek is ook het liefst alleen is. “Gain gezoes an de kop”:zeggen wij in het Gronings. Daarom maak ik mij zover klaar en ga ontbijten. Elke ochtend is het net het appèl. Wie is er gesneuveld door de vloek van de Farao. Er zijn al wat bleke gezichten geweest en er wordt al wat Norit geslikt maar moeder is echt het eerste slachtoffer die plat gaat. Ik geef het door aan Atta en vraag of ik een thermoskannetje thee voor moeder kan krijgen. Hij regelt dat dit op de kamer bezorgd wordt. Dan ga ik nog even bij moeder kijken of ze alles heeft en ga met gepaste tegenzin naar beneden. We gaan vandaag naar Abydos en naar Dendera. Abydos was vroeger voor de Egyptenaren wat Mekka nu is voor de Islamieten. We rijden in konvooi en zien onderweg veel van het boerenleven. Er worden veel tomaten en suikerriet verbouwd. In de weilanden zien we soms mooie huisjes staan met koepeltjes er op. Dit blijken duiventillen te zijn. Veel Egyptenaren houden duiven als hobby.

Ook zien we vissers die bezig zijn hun netten uit te gooien. Als ze dat gedaan hebben slaan ze op het water vlak bij het riet om zo de vissen te verjagen richting hun netten. Het is vrijdag, maar bij hun is het als onze zondag. Het is dus ook wat rustiger op de weg en ook in de dorpen zie je wat meer mensen in groepjes bij elkaar zitten en meer kinderen spelen. Ook zien we een raamwerk met daartussen een soort grote kruik. Al sinds de 1e dynastie gebruikt men deze dingen om het water uit het kanaal te halen om daarna er hun irrigatiekanaaltjes mee te vullen. Her en daar langs de weg zien we kleine schoven staan. Dit blijken bosjes sesamzaad te zijn. Wanneer we door een dorp rijden zijn de zij wegen afgesloten met een ketting net als een slagboom. Het konvooi kan daardoor ongestoord passeren. Langs de wegen zien we ook moskeegebouwen staan. Atta vertelt dat als er een groene vlag wappert er dan daarin een heilige begraven ligt. Hij vertelt ook dat 90% van de mensen langs de Nijl wonen en dat het land naast de Nijl maar 25 kilometer op z’n breedst is. Bij Luxor is de landstrook zelfs maar 3 kilometer. Verder vertelt hij dat de reis georganiseerd wordt door Travco. Dit is de grootste reisorganisatie in Egypte. Zij hebben hun eigen bussen, beheren een aantal hotels en hebben eigen Nijl cruiseboten. Elke organisatie koopt een eigen stuk kade waar zij mogen aanmeren met die boten.

Atta is even uitverteld en één van de groep maakt van de gelegenheid gebruik om haar verhaal aan mij te vertellen. Ze had gehoord van ons ritje met de koets en dat we er zo van genoten hadden ( zij hadden de excursie niet geboekt).

In de tijd dat wij naar het Luxor museum waren, hadden zij een koetsje aangehouden en zo’n beetje verteld wat wij gedaan hadden en dat zij dat ook wilden. Hij was met hen weggereden en deed al snel heel vervelend. Vlak voor de bocht het koetsje door de bocht trekken en zo. Hij was na 10 minuten naar een “paardenziekenhuis” gereden en moest zijn paard “APK” laten keuren. Ze had aangegeven dat hij dat maar in zijn eigen tijd moest doen en na 10 minuten gingen ze verder. Ze wilden ook zien hoe de Egyptenaren leefden en hij was naar een flat gereden en niet zoals wij door die straten. Ze hadden ook gevraagd of hij door de Soeks wilde gaan, maar dat kon volgens hem niet. Op een gegeven moment was hij gestopt en ging een restaurantje binnen om zijn lunch te halen. Toen waren ze zo boos geworden en zijn ze uitgestapt zonder te betalen en de Soeks opgelopen. De man er boos achteraan, en toen hadden ze hem verteld dat dit geen stijl was en aangezien hij niet zo snel met zijn koetsje door de Soeks kon hadden ze hem afgeschud. We rijden door een aantal dorpen. Zo nu en dan zie je daar iemand in traditionele kleren met een geweer lopen. Dit blijkt dus gewoon politie te zijn. Ze worden betaald door de regering om toe te zien op de gang van zaken. Ik vraag Atta hoe ze dat doen met bankzaken enz. Het blijkt dat er wekelijks iemand langs de dorpen gaat en men dan salaris ontvangt en men belastingen etc bij degene kan betalen. We arriveren bij Abydos. Dit was een faraotempel gebouwd door Seti 1, de vader van Ramses 2. Er zijn prachtige muurschilderingen en mooie zuilen en nissen. Dan lopen we naar de Godenwand (of koningswand?) waarop Seti de 67 belangrijkste Farao’s voor hem op heeft laten zetten. Sommigen vragen waar die of die staat en Atta zoekt ze voor hem op. Helaas komt Toutanchamon hier niet op voor anders had ik een mooie foto van zijn cartouche kunnen maken. Nadat we nog verschillende ruimtes hebben bekeken gaan we naar buiten om ik meen het heiligdom van Osiris te bekijken.

Ik word echter afgeleid door 4 geheel gesluierde dames en maak daar met mijn telelens een foto van. Nadat ik de dames er op heb gezet informeer ik even bij de anderen wat er te zien valt. Ze wijzen me een lotusbloem aan die je kunt zien op een pilaar die in het water staat. Het verhaal wil namelijk dat één van de lichaamsdelen van Osiris op deze plaats werd begraven en dat daarom hier die tempel werd gebouwd. (of was dit nou bij Dendera, je komt er ook mee in de war) In ieder geval weet trouwens Atta voor elke tempel aan te geven waarom nou precies op die plek iets gebouwd is. Verder verbaas ik mij over de vele bewakers, ze rijden hier zelfs op kamelen rond. Atta vertelt dat hier nog vele schatten in de grond liggen, zoals in heel Egypte, maar dat het geld ontbreekt om ze naar boven te halen. Dan loop ik terug naar de bus, maar zie links van mij een leuk tafereeltje om op de foto te zetten. Een typisch Egyptisch straatje met een dierenverblijf tegen het huis gemaakt, waar een geit en een ezel in staan. Het duurt niet lang of van alle kanten komen er kinderen aan maar ze worden even zo snel weer weg gejaagd door een agent. Ik loop naar de bus maar weet niet meer welke. Een chauffeur stuurt ons naar de verkeerde dus ik blijf wat tussen de bussen door slalommen en ontdek uiteindelijk onze bus. Even op het toilet en een broodje pakken. Buiten gekomen wil ik op een muurtje gaan zitten maar zie een ezeltje aankomen met 3 kinderen erop. Ze rijden naar mij toe en ik maak een foto. Voordat ik ook maar de kans krijg een lolly te pakken worden ze met veel bravoure dit stukje parkeerplaats afgejaagd. Met angstige ogen vliegen ze weg. Ik zie nog een meisje die er volgens mij bij hoorde en gebaar haar de 3 lolly’s even te verdelen. Even later zie ik 3 andere kinderen er op likken, dus dat ging niet zo als het moest. In de verte zie ik een man op een ezel aankomen en die gaat even een praatje maken.

Ook maar even een plaatje van schieten. We moeten weer in de bus en rijden een deel van de weg weer terug. Na een eind rijden slaan we af om naar Dendera te gaan. We arriveren en ik neem even mijn vuil mee vanaf mijn plek om dit in de prullenmand te gooien voor in de bus. Die staat er echter niet dus neem ik het maar mee in de hoop dat ik het ergens kwijt kan. Ik ben de bus nog niet uit of er staan al verkopers. “Ruilen” zeg ik tegen hem en houd mijn troep omhoog. Hij moet hier vreselijk om lachen. Verderop kom ik weer een verkoper tegen en zeg hetzelfde. Deze heeft echter zijn dag niet en vraagt in het Engels of ik gek ben en of ik wel weet dat het afval is. Ik vertel hem dat hij niet zo sjagga moet reageren en dat zijn collega er tenminste om kon lachen. We lopen het terrein op. Hier loopt een hond met puppies. Heel lief maar het wordt ten strengste afgeraden om honden te aaien i.v.m hondsdolheid. Een groep na ons knuffelt ze echter plat. We zien eerst een paar tempeltjes op het terrein zelf. Deze werden door de Romeinen gebouwd van 150 v Chr. tot 50 na Chr. De hiërogliefen zijn nog ontzettend mooi en heel fijn van lijn. We lopen rond de tempel. Op een zijmuur heeft Atta pas geleden een hiëroglifische olifant ontdekt. Er moet nog ergens boven in de tempel van Kom Ombo één zijn, dus is dit een heel bijzonder exemplaar. Aan de zijkant zien we ook allemaal fijne geultjes. We gokken naar de betekenis, maat Atta legt uit dat men vroeger waarschijnlijk in de muur heeft gekerfd om de kalk te gebruiken als medicijn. Aan de achterkant staan we oog in oog met een hiëroglief van de! Cleopatra. Er zijn er 7 geweest maar dit is de beroemde die met Caesar ging en zich in ezelinnenmelk baadde. We zijn nu helemaal rond gelopen en gaan naar binnen. Ook de ruimtes hier zijn prachtig. Ik maak een foto met mijn telelens van het plafond. Hier is een prachtige muurbewerking te zien met hele mooie blauwe kleuren. Achter in de tempel hebben ze de schatkamer gevonden. Wie wil mag kijken. Dat wil ik wel en daal het steile trapje af.

Onderaan is een hele kleine ruimte zodat je als je de trap bijna af bent je door je knieën moet, je gat achteruit en dan je kleinmakend een ruimte in kruipt. Terwijl ik mijn gat in de juiste positie manoeuvreer komt één van de groep ook de trap af en gaat met zijn schoen, en dus met zijn volle gewicht,op mijn handen staan. Ik blair alles bij elkaar en hij snapt de hint. Intussen kruip ik in een kleine ruimte, moet even twee stappen vooruit kruipen om dan in een smalle gang uit te komen. Aan weerszijden is een smalle gang van 1 meter breed, 2 meter hoog en ongeveer 10 meter diep. Ik kijk wat rond maar wordt er toch een beetje claustrofobisch van. Maar weer snel naar boven. Twee mannen helpen mij omhoog en tillen me over een grote drempel heen. Jak, maar even weer wat desinfecteer uit mijn Herome flesje er op. De groep is herenigd en we gaan door een donker lange gang en gaan op een gegeven moment een andere gang in. We lopen steeds naar boven. Het is geen ronde wenteltrap omhoog maar de gang is steeds een paar meter en maakt een haakse bocht. Dan komen we uit op het dak. Hier hebben we een mooi uitzicht. Maar ook hier is nog van alles te zien. Er staat op het dak ook een soort tempel en aan de binnen kant op de muren staat ook een heel verhaal over Osiris. We gaan weer naar de bus en zien van achter het glas het spel van de kinderen. Ze proberen in de buurt van het konvooi te komen maar de toeristenpolitie houdt hen tegen. Het is een uitdagend spelletje voor de kids, maar ze zijn duidelijk wel onder de indruk van het gezag wat deze mannen uitstralen. We reizen terug en ben heel benieuwd hoe het nu met moeder is. Ze ligt redelijk monter in bed. Ze heeft de hele dag geslapen. Volgens moeder een combinatie van de vloek en oververmoeidheid. Ze vertelt dat vanochtend de kamerjongens er zijn geweest en die hadden de bedden verschoond en de badkamer gedaan. ‘s Middags hadden ze gevraagd of ze ook eten wilde maar moeder wilde alleen thee.

Dit hadden ze gebracht en in de loop van de middag brachten ze haar nog wat bloemetjes in een vaasje. Ze hoort mijn verhalen aan en ik ga dan eerst even eten. Moeders moet niks hebben, maar de soep is bouillon en dat is op zich wel goed. Atta laat wat naar boven brengen en dit was een goede zet. Moeder kikkert er helemaal van op. Ik klets nog even bij met mam en zeg dat ik even naar beneden ga omdat ze in het winkeltje T-shirts laten maken op naam. Atta had mij een richtbedrag gegeven en ik ga een beetje onderhandelen. Ik bestel voor mijn beider kids, moeder en mijzelf een shirt omdat hij mij verzekert dat ze dezelfde avond nog klaar zijn. Ik ga even bij moeder kletsen en ga dan naar beneden omdat ik de computer in de hal heb gereserveerd. Ik wil even met thuis msn-en want het is al even geleden dat we contact hadden. Hier is het wel iets duurder maar kies even voor het comfort dat ik de deur niet uit hoef. Ik vertel manlief over mijn belevenissen van de afgelopen dagen en haal dan mijn shirts op en ga naar boven. Nog even met mam kletsen want het was wel een lange dag alleen. We doen dan het licht uit omdat we de volgende ochtend al weer vroeg moeten vertrekken.

Dag 9: Luxor-El-Minya

Moeder heeft een goede nacht gemaakt en is weer helemaal de oude. Ze gaat mee ontbijten en dan halen we onze lunchpakket op. Bij de balie moeten we dit afrekenen en ook de thee van gisteren staat er bij op. Ik protesteer omdat moeder verder niks gehad heeft. Hij sputtert nog wat tegen maar ik houd voet bij stuk en betaal niet. Dan is het oké. Om half 9 vertrekken we naar het station. Het is hier ook weer een wereld op zich. Mensen met pakken op hun hoofd, jongens die kranten aanbieden in allerlei talen etc. Ik probeer wat foto’s te maken van de drukte en van wat passerende mensen, maar ook van een man die met zijn gesluierde vrouw en dochters zit te wachten op de trein. Tegenover ons zit een groep vrouwen. Ik heb ze al op de foto, maar er zijn meer die dit een plaatje waard vinden. Ze maken een gebaar dat ze dit niet willen en doen een sjaal voor het gezicht. Atta vertelt dat het niet gebruikelijk is een vrouw te fotograferen zonder haar toestemming. Intussen ontstaat er wat gegiechel en non-verbale communicatie over en weer. Het is een beetje fris en het wachten duurt langer dan verwacht. Dan arriveert de trein, net als in Nederland, met wat vertraging. Atta wijst ons wagon 3 en zegt dat we stoel 1 t/m 16 van ons zijn. We krijgen een prachtig treinkaartje, een juweeltje voor in het plakboek. Mochten er mensen zitten dan moeten we hen verzoeken er af te gaan. We stappen in en Atta ontfermt zich dan over onze bagage. De trein heeft comfortabele grote stoelen, maar het geheel maakt een groezelige indruk. Er zitten op onze plaats 2 mannen maar ze stappen zonder protest op als we ons kaartje laten zien. Alles is nog viezer als je het van dichtbij ziet. Ik doe mijn jas even over mijn hoofdgedeelte en ik ben blij met mijn T-shirt met wat langere mouw zodat ik niet op de leuning hoef te komen. We gaan wat lezen of slapen want we moeten toch een paar uur rijden.

Als we op een station komen, en de trein dus stil staat, ga ik even naar de wc. De trein schommelt soms zo en dan wil ik niet in zo’n smerig hokje zitten. De wc ziet er niet uit en ik ben blij dat ik mijn flesje Herome bij mij heb om gelijk mijn handen te desinfecteren. We moeten tot ongeveer 4 uur rijden, maar tegen kwart over 3 begin ik last te krijgen van de warmte en geschommel van de trein. Ik begin misselijk te worden en voel aan mijn lijf dat ik moet overgeven en op het punt sta flauw te vallen. Ik gorgel nog zachtjes wat richting Atta maar die krijgt het niet mee. Ik zoek snel in mijn tas een plastic zakje voor de zekerheid en probeer rustig adem te halen en te zeggen dat we er bijna zijn. Ik voel dat het niet goed gaat en tik mijn buurman voor mij aan met de vraag of hij moeder direct naar mij wil sturen. Moeder zit voor hem en is dus direct bij mij. Ik begin helemaal te zweten en zit tegen flauwvallen aan en geef over. Als het even weer gaat brengt moeder het zakje weg. Ik krijg gelukkig van iemand weer een zakje en dat is maar goed ook, want in totaal geef ik 3 keer over. Dan zijn we er gelukkig en kunnen we de trein uit en de frisse lucht in. Ik ben in staat om rustig naar het wachtende busje te lopen en dan gaan we naar het hotel. Atta zorgt dat ik als eerste mijn kamersleutel krijg en we gaan snel naar boven. Snel even douchen en als de koffer eindelijk arriveert, schiet ik gauw in mijn pyjama en onder de wol. Moeder gaat eten maar bij de gedachte alleen al word ik niet goed. De groep heeft besloten om onder leiding van Atta een stadswandeling te maken. Wij kruipen onder de wol. De hele nacht hik ik tegen misselijkheid aan en gelukkig komt tegen 4 uur ’s nachts het laatste er uit en dan voel ik dat mijn maag eindelijk tot rust komt.

Dag 10: Tel Amarna / Hermopolis / tuna el Gabal / dodenstad

De volgende dag voel ik mij nog niet veel soeps en is het een dubbeltje op zijn kant. Maar ik zou er van balen dat als ik niet mee ging en ik zou opknappen, dat ik dan van alles zou missen. Ik ga er van uit dat als ik echt weer zieker word Atta wel iets regelt dat ik in het hotel kom. Ik neem alleen een kopje thee als ontbijt en we vertrekken naar de plek waar Achnaton vroeger Tel Amarna had gesticht. De maquette heb ik gezien tijdens de tentoonstelling “Farao’s van de zon” in Leiden. Onder privé begeleiding van een busje vol met toeristenpolitie en een motoragent voorop, die zo nu en dan zijn sirene laat horen, rijden we El Minya uit en zien op een rotonde een geweldig mooi beeld van Nefertiti. Het lukt mij helaas niet om er een foto van te maken. Onderweg zien wij boeren die met hun koeien naar het land lopen. Het blijkt dat het niet vertrouwd is om ze daar ’s nachts te laten. Verder zien we de vrouwen met bakken met (af)was naar de Nijl gaan. We rijden door en komen uiteindelijk bij een pondje. De bus wordt er op gereden en dan rijden de plaatselijke handelaren hun ezel met karretje erop. In hun kielzog schieten er allerlei kinderen de boot op. Ze bieden ons allemaal een zelf gevlochten hangertje aan en vragen daarna om hun handelwaar te kopen. Ze hebben van soort riet hele mooie mandjes gevlochten met een kleurig lintje er door. Eén van de meisjes, Nadja, weet met haar ogen menigeen van ons te bespelen. Ze scoort bij moeder dus een mandje en krijgt een lolly en pen. De toeristenpolitie genieten van dit spel maar volgen het ook kritisch, zodra ze ook maar het idee hebben dat één van ons er last van heeft jagen ze de kids weg. De kinderen smeken en bedelen of je wat wil kopen en ze zeggen dat ze er straks niet meer zijn omdat ze dan naar school moeten. We rijden even later aan de overkant weer van het pondje en komen op een nieuw aangelegde weg uit.

Volgens Atta was hier 14 dagen geleden nog niks en nu ligt de weg er al haast. We stoppen bij een soort kantine en gaan dan de trappen op naar boven waar we een prachtig uitzicht hebben over de plaats waar ooit Tel Amarna heeft gelegen. Heel bijzonder om nu op de plek te staan waar die hele tentoonstelling uit Leiden om draaide. De stad moet ooit zo’n 18 bij 16 kilometer zijn geweest. Om de grenzen van de stad aan te geven heeft Achnaton in totaal 14 grensstenen laten maken waarvan er nog 2/3 bestaan en waarvan wij er straks nog één gaan bekijken. Tel Amarna zelf is er dus niet meer, waar we hier voor komen is dus niet alleen de plaats maar ook de rotsgraven die hier te bewonderen zijn. En deze zijn prachtig. In het eerste graf van Amos staat nog een mooi beeld van hem. De graven zijn uitgehakt in de bergen. Men heeft het zo gemaakt dat men gedeelten heeft laten staan en hebben hier mooie zuilen van gemaakt. De muurschilderingen zijn heel mooi. Het voelt erg bevoorrecht om hier te zijn. Deze graven worden nauwelijks door toeristen bezocht. Bij het tweede graf vraagt de bewaker of ik een pen heb. Deze mag hij van mij hebben voor een foto. Hij vindt het een goed idee en geeft mij zijn mooiste lach. Een big smile, voor een bic pen?. Een bewaker die mee is heeft dit in de gaten gekregen en schuift naast mij als ik tegen een pilaar aan rust om de boel te bewonderen. Ik maak hem ook maar blij. Ik zie ze even later in een hoekje een beetje maggelen op een papiertje. Het levert ons nogmaals een vriendelijk knikje op. Als we dit alles bewonderd hebben gaan we naar beneden om in de kantine wat te drinken. Na deze versnapering gaan we door naar de opgravingen van het paleis van Nefertiti. De kinderen die daar wonen komen aangestoven. Ook zij hebben mandjes en dergelijke bij zich. De toeristen politie houdt ze echter meer op afstand.

Er is één klein drupneusje van een wichie die zich nergens van aan trekt. Ze is niet ouder dan een jaar of 3 à 4 en loopt op de groep af en drentelt er wat tussendoor. Totaal niet bang. “5 Pond” zegt ze en houdt een bakje omhoog. Ik wil even een foto maken. Hup, en daar heeft ze het mandje voor haar gezicht. Als moeder haar een lolly geeft wordt het verhaal anders. Door dit hele optreden hebben we dus niks gehoord van Atta zijn verhaal en nemen we de bakken steen voor lief. Later realiseer je dus pas dat je gestaan hebt bij het paleis van DE Nefertiti. Dan gaan we weer terug naar het pondje. De kinderen zijn er weer ondanks hun verhaal dat ze naar school moesten. Ze mogen eigenlijk niet mee maar waar ze de kans zien schieten ze aan boord en verstoppen zich. Zodra we los zijn van de wal komen ze te voorschijn en begint de verkoop weer. Ze zijn wat benauwder dan de vorige keer en kijken schichtig om zich heen. Dan gaat de rit naar de grenssteen. Het is een steile trap omhoog en het stuift er enorm. Op mijn gemakkie ga ik naar boven. Ik ben toch redelijk weer opgeknapt maar het held niet over. Boven gekomen zien we een beelden tafereel uitgehouwen in de bergen. De hele voorstelling wordt beschermd door een grote glazen wand, die het geheel afschermt. Moeder is lekker beneden in het zonnetje blijven zitten. Dan gaat de rit verder naar een terrein waarop verschillende zaken te bewonderen zijn. Allereerst staat daar een kleine tempel. Het lijkt wel een miniuitvoering van de tempel van Dendera. Het is echter de tempel van Pitoserius. Mooi licht van binnen en met kleurrijke schilderingen. We bekijken eerst het voorhof. Ik nestel mij tegen een pilaar aan om vandaar Atta zijn verhalen te volgen. Na deze tempel lopen we naar de tombe van Nadora. Hier ligt een mummie van een meisje en Atta vertelt iets over een liefdesgeschiedenis, maar ik krijg dit niet helemaal mee. Even verder op ligt de bron van El Sakiya.

Deze is 70 meter diep en je kunt een gedeelte afdalen. In de put hangen ook allemaal vleermuizen. Ik voel me niet fit genoeg om naar beneden te gaan en wacht boven op een muurtje in de zon.

De grond ligt hier bezaaid met allemaal potscherven. We lopen weer richting uitgang want daar zijn de catacomben. Hier onder de grond ligt een gangenstelsel van wel 8 kilometer lang. In deze gangen heeft men duizenden gemummificeerde dieren gevonden. We lopen naar de ingang waar we een ruimte zien waar men vroeger de beesten klaar maakten. Mummificatie gereedschap ligt nog her en der. Dan dalen we een trap af en komen in een ondergronds gangenstelsel waar vooraan rechts een verlichte ruimte is. Deze ruimte is opgedragen aan een gemummificeerde baviaan. Deze staat in een nis en voor zijn voeten is een drinkbak in de vorm van een cartouche. Hier offerde men het beest elke dag water en voedsel. Dan lopen we de gang in en in de wanden zijn nissen. Daarin staan bakken en één van de bewakers trekt zo’n bak even naar voren en laat zien dat er nog een mummie in ligt. Dan lopen we verder en Atta schijnt met een zaklantaarn een ruimte in. Daar liggen honderden kruiken en even veel gemummificeerde beesten. Om de paar meter is zo’n ruimte. Met onze eigen zaklantaarn inspecteren we de boel. We volgens slechts een klein gedeelte maar het is zeer indrukwekkend. 8 Kilometer, moet je nagaan. Ons pad voert naar het einde van een gang en daar is een ruimte onder de grond. Hier heeft een hogepriester zich laten begraven. Met een paar anderen ga ik het kleine trapje af om in de kleine ruimte zijn sarcofaag te bewonderen. We gaan weer richting hotel met een hele ervaring rijker. Even lekker douchen en dan ga ik even een uurtje slapen, want het helt niet over. Toch ben ik even later wel gammel en we vertrekken naar de eetzaal. We krijgen een pittig soepje vooraf, als tussen gerecht een stukje quiche en als hoofdgerecht patat met groente en een mixgrill. Als de ober het voor mij neer zet vraag ik hem of dit kameel is? en hij moet er vreselijk om lachen. We krijgen een soort harde koude pannenkoek na met appel en het smaakt wel een beetje naar dat gebak uit Spakenburg(hart). Ik ben zat maar het valt uiteindelijk niet zo goed. De hele nacht ben ik er misselijk op en tegen de ochtend flink diarree.

Dag 11: Beni Hassan / El-Minya- Cairo

Hoewel ik me nog steeds flapperig voel ga ik toch maar weer mee op reis. Ik heb niet veel trek maar op moeders advies neem ik toch maar een beetje thee en een plak cake. Het ligt zwaar op de maag. Moeder heeft gelukkig na haar ene dip dag nergens meer last van. Zo nu en dan valt het lopen wat tegen, maar alle indrukken van de reis maken veel goed. Om negen uur vertrekken we naar de graven van Benni Hassan. In de bus vertellen sommige anderen dat ze boodschappen wilden doen. Ze mochten het hotel niet uit mits er een bewaker mee ging.

Ik was in de veronderstelling dat Benni Hassan een persoon was, maar dat is een plaats. Hier liggen 39 edelen begraven in rotsgraven. Om ze te bereiken moeten we een lange trap op. Moeder krijgt halverwege “een vriend”. Eén van de bewakers pakt haar stevig onder de arm en begeleid haar naar boven. Ze wuift nog even voor de foto. Maar ook hier gaat voor niets de zon op. Het is niet alleen “noaberplicht”, want het handje maakt al weer het “baksjees” gebaar. Moeder gooit haar tas over de kop en vindt uiteindelijk nog een pen. Dat vindt hij mietsers en doet het daar voor. We gaan 4 graven bewonderen. Atta geeft aan welke hij wil zien. We bekijken o.a. die van Khnemhotpe 2 en Amenemhat Amen (voor zover ik het kon ontcijferen op het bordje). De tempels zijn ook hier uitgehouwen in de rots en ook hier staan kolossale zuilen en staan in sommige nog beelden. De muurschilderingen zijn hier niet uitgekerfd maar alleen geschilderd. De Farao had namelijk de beste kunstenaars en deze edelen moesten het met dus iets minder goed gekwalificeerd personeel doen. De schilderingen zijn ook afwijkend. Hier geen heldendaden over de mens, maar allemaal afbeeldingen van het dagelijks leven.

We zien mensen die dansen, sporten, pottenbakken, touw maken en taferelen van werken op het land. De graven zijn van binnen zo’n 10 bij 10 meter. Voor we naar beneden gaan genieten we nog even van ons uitzicht. We zien het blauw van de Nijl, dan de groenstrook en de overgang naar de woestijn. We gaan de trap weer af en komen bij een restaurantje. Hier verkoopt een plaatselijke kunstenaar foto’s van zijn schilderijen. Moeder ontdekt een mooi exemplaar en trakteert zichzelf hierop. Buiten is een kioskje en daar verkopen ze foto’s van de graven. Omdat je ze zelf niet mag maken koop ik een paar voor in het plakboek. Ook hebben ze een ansichtkaart van de catacomben en daar ben ik erg mee in mijn nopjes. Terwijl ik naar buiten loop zie ik in de verte een meisje aankomen op een ezeltje. Ze heeft prachtige kleren aan want ze behoort tot de nomaden die zich hier in het dorp gevestigd hebben. Net als bij ons de zigeuners, zijn ook deze mensen zeer kleurrijk gekleed. Ik zet haar op de foto en mits komen er van rechts 3 kinderen aangelopen. Met mijn tele kan ik een mooi plaatje maken. Het jongetje ziet mij en zwaait. Boven heb ik wat lolly’s en ik vraag in het Engels aan de toeristenpolitie of hij ze even wil vragen om te wachten, want ik wil een lolly halen. Ik haal dus wat op en kom met het lekkers terug. Het oudste zusje kijkt erg beteuterd(ik dacht dat ze er te oud voor was) en hobbel weer de trap op voor nog een lolly. Ik ben niet fit dus het is een hele tippel. Als de kinderen dan tevreden gaan geef ik bij die bewaker van daarnet aan” dat het hard werken is voor een toerist?”. We gaan met de bus weer richting hotel. We stoppen bij de dodenstad. Eerst even een foto maken van de eerste mastaba en dan lopen we naar de graven. Dit zijn kleine huisjes en zover je oog kan zien, zie je enkel graven. Ze zijn tegen de gewone huizen aangebouwd en ook de kinderen spelen ertussen. Tussen de afrastering door geven we 4 kinderen die naar ons staan te kijken een lolly.

Verder hebben we schik om een één van de politie die bij een kameraad die daar zit even aan zijn waterpijp lurkt. Ssssttt zegt hij, mijn baas moet het niet zien. Om één uur zijn we weer in het hotel en hebben we ruimte om te lunchen. We kiezen er voor om dit in het hotel te doen. We nemen een lekker tomatensoepje, omelet met brood en een lekker glas mangosap er bij. Degene die klaar is gaan naar de hal en het duurt niet lang of de adressen boekjes gaan rond voor eventuele uitwisselingen na de vakantie.

Rond half 4 vertrekken we uit dit hotel en gaan we naar het trein station. We gaan met de trein naar Cairo. We moeten een speciale ingang hebben. We moeten even wachten want de sleutel is zoek. Even later is deze gevonden en lopen we een gang door naar 2 grote deuren. Deze zwaaien open en we staan op het perron. Het hele station is gevuld met Egyptenaren en die kijken allemaal onze kant op. Het voelt als of de christenen de arena ingevoerd worden. Het voelt een beetje “unheimisch”. De hele reis keken wij naar Egyptenaren, maar hier kijken ze naar ons. Ze kijken en beginnen te oordelen. Er wordt gesmoesd, gegiecheld en gewezen. Je voelt je alsof je daar piemelnaakt staat. Hier komen niet zoveel toeristen en wij zijn dus bekijks met onze blonde koppen en westerse kleding enz. Maar zij vertrekken met hun treinen en de rust keert weer. Al wat er komt, maar geen trein naar Cairo. Het is hier koud en winderig. We zijn er allemaal niet op gekleed om hier te staan. Als de trein dan ook meer dan een uur vertraging heeft, doet dat een enkeling van ons de das om. Stokverkleumd stappen we de trein in. Ik bekijk de trein een poos en met veel fantasie stel ik mij voor dat de trein ooit in een ver en grijs verleden blauw moet zijn geweest. Alles is zo vies en stuk en……………We hebben zakjes bij ons voor de zekerheid, maar omdat het niet zo warm is in de trein gaat het dit keer goed. Een paar van de groep zijn duidelijk onderkoeld geraakt op het station. Hoe verder we naar het noorden komen hoe meer het gaat regenen. Wanneer we door de voorsteden rijden zien we veel drukte, vergelijkbare taferelen als elders in Egypte, maar ook modderige vieze paden.

Uiteindelijk komen we op het station en stappen uit. Als makke kuikens lopen we achter Atta aan die als een moedergans door het station ons de weg wijst. We komen een groep tegen die met hun eigen koffer moeten zeulen. Onze koffers zijn voor dat wij gingen lunchen ’s middags al in ons busje geladen. De chauffeur van de afgelopen dagen is hiermee vertrokken en staat nu op ons te wachten voor het station. We storten ons in de janboel van het verkeer. Egyptenaren kunnen een hele hoop, maar niet auto rijden. Rechts, links, toeteren en ’s avonds zonder licht rijden. Hier het zelfde verhaal. Kris kras, tegen de stroom in, rijen dik. Ik moet er wel om lachen. Dan vertelt Atta dat het rustig is vanavond, omdat het zo regent. Dat belooft wat. We rijden naar ons hotel. Dit is een heel hoog gebouw. Op de eerste verdiepingen zitten woonhuizen en kantoren enz. Als je dus naar de 1e verdieping wil van het hotel, kan het wel even duren want je gaat dan naar de 11e verdieping of zo. We hebben een mooie kamer en uitzicht op wat ambassades. We zitten nl. op het Zamelek eiland midden in de Nijl en daar vind je de meeste ambassades e.d bij elkaar. De badkamer is niet helemaal schoon, er liggen nog wat haren en ik haal dus even een natte handdoek als dweil over de grond. Resultaat wil je niet weten. Wij zitten op de 2e en de eetzaal zit boven ons. Moeder loopt wel eens verkeerd “man, ik kom er mit in de toeze” en leer ik haar maar het volgende ezelsbruggetje: “met een lege maag omhoog en met een volle weer naar beneden”? . Dit werkt goed de komende dagen. Soms gaan we met de lift, want hier hebben ze nl. liftboys en dat is natuurlijk wel sjiek. Na ons wat opgetut te hebben gaan we naar de eetzaal. We zijn de eersten, maar er zullen ook niet zoveel bijkomen. Zoals ik al zij heeft de kou op het station zijn tol geëist. Eén moest overgeven en 2 anderen aan de diarree. Atta komt informeren en vind het wel vervelend. Hij denkt dat het ook wel een beetje aan de grote temperatuursverschillen ligt die we mee gemaakt hebben. Van 25 graden in het zuiden tot nat en guur in het noorden. We kunnen kiezen uit 2 soorten soep en een vlees of visgerecht. We mogen beginnen aan het buffet met salades etc. Er zitten lekkere dingen bij en op tafel staat naast gewoon brood ook een soort bruine kroepoek. Dan komt de soep maar die is wel erg pittig, de kabab is lekker en de chocolademousse is erg machtig maar wel lekker. Het duurt al met al erg lang en we zitten van half 8 tot half 11 aan tafel.

Gewoonlijk geen probleem maar omdat iedereen moe en koud is willen we toch graag op bed. Tot overmaat van ramp moet iedereen zijn consumptiebonnetje nog regelen. Ik loop nog even naar beneden omdat het nog al een tijd geleden is dat ik Jaap gesproken heb. Het internet in de hal van het hotel is alleen te gebruiken tot 4 uur in de middag en kost trouwens 40 EP. Morgen dus maar even op zoek naar een internetcafé.

Dag 12: egyptisch museum / citadel / mohamed ali moskee / khan el khalil

Vanmorgen mogen we wat uitslapen. We kunnen op ons gemak douchen en ontbijten want we hoeven pas om half 10 weg. Vandaag wordt één van de belangrijkste dagen uit mijn leven!!!!. We gaan naar het Egyptisch museum en daar zal ik dan echt oog in oog staan met het dodenmasker van Toutanchamon. Mijn levensdroom om die in levende lijve te mogen zien.

We gaan eerst uitgebreid ontbijten. Het is een waar slagveld. Éen van de groep is erg ziek en wel in dien mate dat er een arts bij gehaald moet worden. Haar man zelf is ook niet fit maar gaat toch mee. Nog 2 dames liggen in bed, en 2 zijn absoluut niet fit maar wagen het er op.

We gaan naar het museum. Het is een prachtig donker rood gebouw. Atta heeft het goed ingeschat want de hele hoos toeristen is nu net naar binnen en hoeven wij niet lang bij de kassa te staan. Atta geeft aan dat iedereen bij de oude tijd gaat beginnen, en daarom neemt hij ons direct mee naar boven naar de schatten van Toutachamon. Daar ben ik uiteraard erg blij mee. Het is er nu nog niet druk en Atta laat ons snel de belangrijkste stukken zien, zodat als we straks zelf nog een uur hebben zelf op ons gemak er bij langs kunnen. Heel bijzonder om de schatten te zien die je alleen uit de boeken kent. De zwarte hond is erg bekend met die doek er over. Nu zie je hem van zo dicht bij, de teennagels, de spieren. Prachtig. De beroemde canopenpotten, de bedden, zelfs een parasol met scharnieren, de poortwachters, schilden, wandelstokken, een houten beeld van hem.

Maar uiteindelijk komen we bij de ruimte waar het masker staat. Een glazen wand geeft toegang tot een sereen verlichte ruimte. De wanden zijn zwart en de gouden voorwerpen liggen in glazen vitrines en zijn subtiel verlicht. Het dodenmasker staat op een glazen zuil, in een glazen vitrine en vangt ook volledig de aandacht. Daar sta je dan. Wauw………… zo ontzettend mooi.

Het maakt je stil. Ik houd mijn camera heel stil en knip een stuk of 7 keer af in de hoop dat ze lukken. Er wordt veel om mij heen geflitst wat uiteraard verboden is. Eén bewaker zegt er wat van maar het is dweilen met de kraan open. Jammer, want ze verknallen het voor de rest. Nog even kijken bij zijn sarcofagen en dan toch nog maar een keer om het masker heen lopen. Ik vraag een Amerikaan om even een foto van mij te maken maar deze mislukt jammerlijk. Dan is ons kwartier, die Atta ons er voor gegeven had, om en ga ik weer naar buiten. Dan vliegen weer die vervelende emoties je naar de strot en ben ik weer helemaal van de mik. Dan vervolgen we onze reis door het museum en Atta laat ons nog wat mooie exemplaren zien. Ook een heel klein beeldje van 9 cm groot. Dit is het enige beeldje die ze ooit van Cheops hebben gevonden. DE! Bouwer van de piramide. Je realiseert je dat pas thuis want anders had ik er toch even een foto van geschoten. Verder zien we nog een zwart beeld van Basalt. De hardste steen soort. Het beeld is zo fijn dat het je verwondert hoe men dit ooit gemaakt heeft. Moeder heeft al genoeg cultuur gesnoven en ze nestelt zich op een comfortabel bankje. Ik ga nogmaals terug naar de afdeling met de schatten van Toutanchamon. Bij de mummiekamer staat op dat moment een hele rij. Maar als ik terug kom is deze flink geslonken en ga ook ik daar een kijkje nemen. Er liggen zo’n 10 mummies, waaronder Ramses 2 (van Abu Simbel en zo) Seti 1 en Merempetah. Omdat je in het zuiden bent begonnen en al hun werk hebt gezien sta je met veel meer respect er naar te kijken dan dat je op de eerste dag van je reis het museum in gegooid wordt. Ook liggen er 2 koninginnen met nog prachtig krullend haar. Echt een hele bos. Dan ga ik weer terug naar moeder en gaan we nog even samen het achterste gedeelte van Achnaton door.

We laten ons nog even vereeuwigen en gaan dan naar buiten. We proberen nog in de souvenirwinkel iets van onze gading te vinden, maar helaas. Dan verzamelen we ons op de afgesproken tijd en gaan we naar de Citadel van Saladin. Omdat het gisteren heeft geregend is vandaag de lucht helder en alle normale smog is weg. Daarom zijn wij in staat om een foto van Caïro te maken met op de achtergrond de piramides. Dit is slechts 2/3 x per jaar mogelijk. Een mazzeltje dus voor ons. We gaan dan naar de moskee van Mohammed Ali. We nemen de schoenen in de hand en zetten die ergens op een plekje waar geen kleed op de grond ligt. Atta vertelt één en ander, maar het kan moeder en mij niet zo boeien. We gaan in het busje op weg naar weer een andere moskee, die van Sultan Hassan. Hier leveren we de schoenen in en lopen over kleden naar de gebedsruimte. Moeder stapt op een steentje en moet dan helemaal niks meer van de islam weten?. In deze moskee staat een metershoge deur gemaakt van goud en zilver. De andere deur is al gestolen dus deze staat achter een traliewerk. Was dat niet het geval dan was deze, volgens Atta, ook binnen een uur weg. In een ruimte er achter zit een gebedsruimte waar men in de hoeken boven aan het plafond een soort druipsteenachtige versiering heeft gemaakt.

Maar dan gaan we eindelijk iets doen wat wij wel leuk vinden. We gaan naar de Khan el Khalil, een levendige en gezellige bazaar. Ik wissel gauw bij Atta wat dollars in, want nu begint het grote werk? .

We moeten ons even oriënteren op de waar en de prijzen en dan storten we ons in het gehangel en pangel. We hebben er nu bijna 14 dagen opzitten dus nu weten we wel hoe het spel gespeeld moet worden. We dingen af op een mooie gallabya voor moeders en krijgen hem voor een zacht prijsje mee (40 EP). We scoren nog een omslagdoek (30 EP) en moeder vind precies haar sjaaltjes die ze leuk vindt (2 voor 50 EP). Ik kan helaas niks van mijn gading vinden. Op de terugreis zie ik nog wat kitscherige kamelen. Ik had manlief gevraagd wat hij voor souvenir wilde. “Een kameel”, “ King size”: was zijn antwoord.

Dat laatste zal niet lukken, maar een kameel zal hij krijgen. Ach en voor een euro hoef ik het niet te laten. In de bus laten we vol trots elkaar onze aankopen zien. We rijden allemaal tevreden naar het hotel terug. “Het was weer! een mooie dag” zegt moeder als we op onze kamer komen. We zitten een tijdje onze aankopen te bewonderen en na een tijdje kletsen, lachen, lezen etc worden we een beetje gammel. In de hal van het hotel zit een bakkerij en ik stel voor om maar even 2 gebakjes te halen. Dat vindt moeders een strak plan en even later kom ik boven met 2 bananensoezen met glazuur (6.5 EP). We hebben dik lol en dan is het 7 uur voor dat we het in de gaten hebben. We gaan naar de eetzaal(met een lege buik naar boven?) en krijgen een lekker soepje, wat rauwkost van het buffet, gegrilde kip of vlees met patat en een chocolademousse na. Omdat we bij Atta hadden aangegeven dat het gisteren zolang had geduurd had hij dit door gegeven aan de bediening, en dat werpt zijn vruchten af.

Met één van de groep ga ik nog even op zoek naar een internetcafé. We vinden er een waar ze erg aardig en behulpzaam zijn. Heel internet ligt eerst weer plat, maar na 5 minuutjes kunnen we dan toch mailen. Heb heel wat bij te praten. Tegen 11 uur gaan we weer terug naar het hotel. De straten zijn hier ’s avonds wel vrij donker, maar het voelt heel veilig. Omdat er veel ambassades zijn, staat er om de 50 meter één of meerder bewakers. We praten moeders even bij over het thuisfront en doen dan het licht uit want morgen moeten we al weer om 7 uur op.

Dag 13: de piramides / Djoser / Memphis

Onze laatste echte excursie dag en wat voor één! We gaan na het ontbijt richting de piramides. Als het helder is doen we die eerst aan en anders gooien we het programma om. Maar de zon komt al snel door dus rijden we naar de piramides. Wat een enorme jongens, Onvoorstelbaar groot. Atta waarschuwt ons voor de kamelenjongens want dat zijn gehaaide lui. Je mag gratis op een kameel maar als dat beest opstaat kost het al 10 EP, ben je 10 meter verder kost het al 50 EP en wil je weer terug gebracht worden dan hebben ze het al over flink wat euro’s. We wandelen om de piramide heen. Ik heb besloten er niet in te gaan omdat ik bang ben dat ik wat claustrofobisch wordt. Het moet een nauwe en benauwde gang zijn en nog al lang. We maken wat foto’s van kamelen en proberen de piramides er goed op te krijgen. Dan is er een Hassan met een kameel die om een snoepje vraagt. We mogen gratis met de kameel op de foto. Hij zet moeder zo’n hoofddoek op en ik maak een foto. Dan zet hij ons beide er op. Ga er maar op zitten zegt hij, maar daar stink ik niet in. We lopen door en ik wil hem voor de moeite een pond geven. 5€ zegt de gek, mooi niet dus. Moeder is nog zo goed om hem 1 te geven, maar van mij kon hij wat. Wat zijn het gehaaide bliksems. Hij kan me wat en we gaan door naar de achterkant van de piramide. Daar staat het botenmuseum. Men heeft namelijk naast de piramide, onder de grond, de zonneboot gevonden van Cheops. Daarop kon hij naar het dodenrijk varen. De gat in de grond en de grote dekstenen zijn te zien en een verdieping daarboven heeft men het schip tentoongesteld. Maar voordat we naar binnen mogen moeten we eerst enorme sloffen over onze schoenen doen. Ze hebben zeker net ’s morgens de vloer in de was gezet en nu kunnen wij hem met z’n allen uitpoetsen.

Het duurt ook niet lang of ik heb hier weer een bewaker aan mijn broek hangen die mij wel even “het mooiste plekje” zal laten zien. Hij zet mij zelfs op de foto, dus dat moet weer geld kosten. Maar moeders roept mij, dus ik bedank hem snel en op een drafje er maar weer van door. Buiten gekomen lopen we de andere kant op en zo zijn we er helemaal om heen gekomen. We wachten bij de bus op de anderen. Onder tussen komen de handelaren weer als vliegen op je af. Niet lang daarna rijden we weer een stukje verder en komen we boven aan uit en hebben zo zicht over het plateau van Gizeh. Hier kun je jezelf mooi vereeuwigen met alle drie de piramides. We lopen even bij de handelaren langs, die daar natuurlijk ook weer staan, maar we slagen niet.. Dan in de bus en even stoppen bij de kleine piramide. Sommigen gaan ook hier in, proberen mij nog om te praten,maar het lukt ze niet om mij mee te krijgen. Weer in de bus en dan gaan we naar de Sfinx. Hier heeft moeder zo naar uitgekeken. Ze vindt het prachtig. En dat is het ook. Hij ligt daar zo statig met zo’n piramide op de achtergrond. Een plaatje en dat schieten we er dan ook van. Op de heen weg heb ik een verkoper zien staan met een juweeltje van een kameel. Echt een mooi beest die ik wel in de kamer wil. Ik moet voor Jaap nog een souvenir, dus….. Ik stop alvast 5 dollar in mijn broekzak. Hij moet er beduidend meer voor hebben. Het is echt leer en hij houdt zelfs zijn vuuraansteker erbij. Om te laten zien dat het geen plastic is. 200 EP (26€) moet hij hebben. Ik loop weg. Hij erachteraan. Ik houd voet bij stuk en biedt 10€ (78EP). Misschien nog wel teveel maar ik wil hem dus het moet voor hem wel een beetje aantrekkelijk zijn anders haakt hij af en dan kan ik er niet op terug komen. Nee, dat kon niet en ik loop door, maar hij bedenkt zich al snel en komt er aangerend. Ik mag hem hebben. Ik kijk hem goed na of hij mij niet net één met kromme poten uit de tas gehaald heeft, maar nee deze is oké. Ik heb mijn kameel en eindelijk een souvenir voor Jaap. We hebben dan even tijd voor ons zelf om een lunch te regelen.

De groep klit wat bij elkaar op een terras en ik vraag wat ze daar te eten hebben. Niks. Alleen 2 soorten broodjes. Ik stel moeder voor om aan de overkant even bij de mac chicken langs te gaan. Ze vindt het prima en gearmd lopen we die kant op. We bestellen 2 menu’s en omdat het wat lang duurt en we zo bij de bus moeten zijn nemen we het mee. We smikkelen al dat lekkers op in de bus, terwijl we richting Sakkara rijden. Daar gaan we mastaba’s bekijken o.a van Djoser. Ook zijn er verschillende graven van hogepriesters en we bezoeken één van de graven. De muurschilderingen zijn erg fijn en nog heel mooi van kleur. Atta vertelt dat de kleuren van heel fijn gemalen gesteente werd gemaakt. Van graniet maakte men rood en Basalt leverde de kleur zwart op. Men weet tot op de dag van vandaag niet hoe de mengverhoudingen waren. Wel weet men dat de wanden als ze klaar waren werden ingesmeerd met eiwit om schimmels te weren die de tekeningen konden aantasten. Zelfs na al die jaren vind je nog steeds geen schimmelplekken op de muren. Als we buiten komen staan er wat kaartenverkopers. Verder is het hier uitzonderlijk rustig. We lopen langs de Piramide van Teti. Als men wil mag men naar beneden. “Kom” zegt één tegen mij en loopt al een stukje de trap af. “Deze is niet zo diep” roept hij. Dit is mijn laatste kans om een piramide te bekijken. Het is hier niet druk en zo wik en weeg ik even. Ik geef moeders mijn spullen en daal de trap af. Het is een goed verlichte gang maar is niet hoog en je moet dus gebukt lopen. De gang duurt veel langer als verwacht en heb dus snel in de gaten dat het van mijn groepsgenoot een lokkertje was. Ik loop door omdat de omgeving niet benauwend is en ook niet druk, dus ik kan zo weer buiten zijn. Uiteindelijk komen we in het hart van de piramide. Het is een sereen verlichte ruimte met grijstinten.

Op een wand is met lichtgrijze letters op een donkergrijze steen een grafschrift te lezen. De ruimte is verdeeld in 2 kamers en in de grote kamer staat nog de lege sarcofaag. Het plafond laat de stenen goed zien en er zijn 2 naar beneden gezakt en vast gezet. Slik. Even in de kleinere kamer gekeken maar daar staat niks. We lopen weer langzaam, maar zeer voldaan terug naar buiten. Yes!! Ik ben in een piramide geweest. Niet in de grote, maar toch………..

Dan gaan we naar de bus en vervolgen onze reis naar de Piramide van Djoser. Als we aankomen staat er al een man op een ezel ons op te wachten in de stille hoop dat hij ons op het ezeltje heen mag brengen. Helaas, we nemen de benenwagen. We lopen af op een enorme muur. Poort moet je eigenlijk zeggen. Dit was het eerste bouwwerk wat mensen met de handen maakten. Omdat men toen nog niet wist hoe je een lange muur moest bouwen zonder dat deze om viel, liet men de muur steeds verspringen. We lopen door de poort en Atta laat ons zien dat ze de stenen zo hebben geslepen dat het lijkt of de deuren open staan. Dan lopen we door een zuilengalerij van 42 pilaren waar tussen vroeger allemaal beelden van Djoser hebben gestaan. De stenen zijn onvoorstelbaar glad. Atta vertelt ons wat over de piramide en vertelt waar ze de sarcofaag gevonden hebben. Deze lag in een gat van 30 meter diep en Atta tekent in het zand hoe men zo’n zware kist liet zakken. Dan neemt hij ons mee tot op de muur en hebben we een prachtig ver gezicht. We zien in de verte de allereerste grote piramide. Dit noemt men de geknakte piramide omdat er een knik in zit. Men was begonnen te bouwen onder een hoek van 53 graden en dit ging te stijl omhoog. Men berekende dat men beter kon bouwen onder 43 graden en alle piramides die nadien zijn gebouwd hebben deze schuinte. Naast de geknikte piramide staat de rode piramide omdat deze van rood graniet is gebouwd. Ook staat er nog een onvoltooide piramide. Als we aan de piramides denken, denken we altijd aan die van Caïro, maar over heel Egypte moeten er meer dan honderd staan volgens Atta. Dan rijden we door naar Memphis. We rijden door een plaats waar enorm veel troep in de droge rivierbedding ligt.

Even verderop is men bezig met een prachtige muur er voor te zetten. Bloemetjes er tegen aan en je ziet niks meer……. Zo kan het ook.

Dan gaat de reis verder naar Memphis. Daar ligt het hele beroemde beeld van Ramses 2. Het is een kolosaal ding en ze hebben er een gebouw om heen gezet zo dat je het beeld ook van boven kunt bekijken. In het park zelf staan nog wat mooie beelden en ook een beeld van een onbekende sfinx. Ik maak mij even los uit de groep en schiet een foto van een gezin wat verder op leeft. Er ligt enorm veel vuil voor de deur en de kinderen spelen ertussen, ze zijn niet anders gewend. We beginnen dan aan de terugreis. We verbazen ons over de slagerijen waar gewoon in dit warme weer hele beesten buiten hangen. Bij één slager staat een kudde geiten voor de deur terwijl hij bezig is al één te slachten. We maken even een (provisie)stop bij een papyrusfabriek. De jongen legt uit hoe van de papyrus plant papier gemaakt wordt. Nadat zijn verhaal klaar is bekijken we de toonzaal even, maar we vinden de één nog kitscheriger als de andere dus we zijn snel klaar. De anderen hebben het ook snel bekeken en we gaan op weg terug naar Caïro. We verbazen ons daar weer over de troep die tussen de huizen ligt. We kleden ons even om en gaan dan even bij de winkeltjes langs. Met de tassen vol gaan we naar het hotel. We kleden ons om en gaan naar de eetzaal waar we vanavond heerlijke champigonnensoep krijgen met kip. Wat plakjes dun vlees met saus en champignons en we kiezen weer chocolade mousse na. We gaan naar onze kamer lekker douchen, even gezellig bij kletsen en dan onder de wol.

Dag 14: Cairo

Vandaag is onze laatste dag in Egypte. We hebben besloten om niet mee te gaan met de facultatieve tocht maar er deze dag samen lekker van te genieten. Dat begint al met het uitslapen. Nou ja uitslapen. Om 7 uur gaan automatisch je ogen al weer open, maar vandaag dus het gevoel dat je niet op tijd staat. Heerlijk. We keutelen wat aan en gaan dan naar de eetzaal. We nemen alle tijd om te ontbijten. Lekker omeletje, beetje yoghurt en gezellig even kletsen met één van de groep, die er vandaag ook even lekker alleen op uit gaat. Wij hebben gisteren afgesproken om s samen met nog 2 de taxi te nemen naar Downtown. We zijn ruim op tijd en gaan voor het hotel in het zonnetje zitten. Ik kom aan de praat met de portier en sta een geruime tijd met hem te praten. Dan wil ik naast moeder gaan zitten en krijg een klein stukje vloerbedekking van de schoenpoetser aan geboden om op te zitten. Na een tijdje gaan we naar binnen en wil de beste man bedanken en baksjies geven. Hij weigert dit. De éérste Egyptenaar die geld weigert……………..

De portier heeft even een taxi geregeld voor ons en die zet ons voor 8 EP af bij de winkels. Het valt een beetje tegen want de winkels lopen nog flink achter bij ons. We lopen een straat in en een gladde prater van een jongen wil ons naar een paar winkels lokken. Dus niet hè, toedeledoki en wij de straat over. De anderen willen nog wat meer bekijken, dus wij pakken de taxi naar huis. 10 Ep wil de beste man, maar ik weet dat dit ritje voor 7 kan. Oké. We stappen in en hij brengt ons naar het hotel. Atta had op een briefje in het Arabisch geschreven waar we zijn moeten. Dit werkt perfect. We tellen in het hotel al ons geld na om te kijken hoe we dit nog willen besteden. We doen nog wat aankopen en dan lopen we terug en zien we een kruidenwinkeltje.. Safraan moet bij ons heel duur zijn en hier erg betaalbaar. Ik neem wat mee en ook nog wat sesam. Dan gaan we in het hotel onze koffers zover pakken en laten dan beneden onze schoenen poetsen zodat we morgen weer netjes voor de dag komen.

Dan gaan we even naar het internet om nog even met het thuisfront te msn-en. Er is weer geen internetverbinding maar na wat omlopen en wachten kunnen we 20 minuten later toch achter de computer schuiven. Lekker bijgepraat gaan we terug naar het hotel waar we even later achter een heerlijk bord bloemkoolsoep schuiven. We doen ons te goed aan het saladebuffet en kiezen daar de dingen uit die we wel vertrouwen. Verder krijgen we kip met rijst of vlees ala Stroganof.

Atta schuift aan bij de groep want dit is onze laatste avond samen. Éen van de groep is gevraagd het woord te doen. Ze bedankt hem heel hartelijk voor zijn goede zorgen, zijn geweldige uitleg enz. Ze overhandigt hem de fooienpot die we de avond tevoren rond hebben laten gaan. Ook heeft ze voor een ieder een anjer gekocht en mag iedereen afzonderlijk nog afscheid nemen. De een heeft een verhaal de ander een kus of een gedicht. Ik doe het maar weer met betraande ogen en ook moeders afscheid is voor haar veelzeggend. Atta bedankt ons heel hartelijk en weet dit alles zeer te waarderen en heeft duidelijk gevoeld dat deze groep het afscheid echt uit het hart komt. Dan laat Atta het toetje komen. Voor deze avond heeft men een grote taart geregeld en wordt door ons allen met smaak verorberd. Tot slot doet Atta met ons nog een kennis quiz. Dan zijn we klaar met eten en nemen nu definitief afscheid van Atta. Ik bedank hem dat hij moeder de liefde voor zijn land heeft bijgebracht en hij mijn droom mede heeft vervolmaakt.

Dan gaan we naar onze kamer om de laatste EP te tellen en we zien dat we nog net een pak thee en wat zeep kunnen kopen. We houden precies 50 piasters over(0.07€) en laten het de man achter de kassa houden. Dan proppen we de laatste souvenirs in de koffer, gaat met ons volle gewicht er op zitten en ritsen hem dicht. We kruipen voldaan onder de wol. We halen wat herinneringen op van de afgelopen week en vragen aan elkaar wat we het mooist vonden. Maar we hebben ze veel mee gemaakt dat dit haast niet te doen is. Moeder laat zich achterover het bed in vallen maar schat het fout in. Ze knalt me daar toch tegen de beddenplank aan, dat wil je niet weten. Nadat de sterretjes bij haar zijn opgetrokken en ik eindelijk ben bijgekomen van het lachen(sorry, mam) gaan we lekker slapen met de wekker op 6.30 uur.

Dag 15: Cairo-Amsterdam

We maken ons helemaal klaar en zetten de koffers op de gang. We doen ons tegoed aan ons laatste ontbijtje en gaan dan naar beneden om af te rekenen. We worden door een Isropa mannetje op gewacht (herkenbaar aan zijn Pim Fortyun strik) en deze brengt ons naar het vliegveld. Er gaan weer tig koffers op één karretje en als makke schapen hobbelen we erachteraan. Hij loodst ons keurig door alles en wenst ons een goede reis. Na een half uur wachten mogen we inchecken. Paspoort laten zien. Dan mogen we naar het vliegtuig. In de rij het paspoort laten zien. Bij de uitgang 5 meter verder op weer paspoort laten zien. Onder aan de vliegtuigtrap het paspoort laten zien. Snapt u de logica? Wij ook niet. Tegen 11 uur hangen we in de lucht. Op het scherm krijgen we weer dezelfde film te zien als op de heen weg en dat is dus niet boeiend. We krijgen een Engelse krant en daar staat net een krantenartikel in over de uitbreiding van het Egyptisch Museum. We krijgen wat koffie en fris en als warme maaltijd weer hetzelfde als op de heenreis. Ook ditmaal smaakt het lekker. Als we geland zijn gaan we de koffers halen en nemen van iedereen afscheid. We reizen met 2 die ook in het noorden wonen weer terug. We reizen eerste klas en achter af is dat een goed idee geweest van onze reisgenoot. Je bent iets duurder uit maar we hadden daardoor wel een eigen coupe. De terug reis praten we gezellig en lezen ook een hele Telegraaf stuk. We arriveren op het station en tot onze grote verrassing staat Jaap daar al met de kids. Dikke knuffels en een groot boeket bloemen heten ons welkom. We proppen de koffers in de auto en de eerste verhalen komen los. Thuis maken we de koffers open en alle souvenirs vallen goed in de smaak. De was in de wasmachine en lekker met een heerlijk kop koffie op de bank. En dan vertellen we alles wat u net heeft gelezen…………………………

Jeanette © Van der Woude